is toegevoegd aan uw favorieten.

G. A. Bredero's Spaansche Brabander

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

1125 1130 1135

1140

Sulcken wijsheyt was hy al in sijn jonghe jeucht.

Warenar bet sijn pleyt ea-'t groote recht verloren,

En met Oran Marchand daar statet qualijck gbeschoren.

Ën Hillebrant Droochnap die het een sulvere schaal

Van dese nacht versoent an Elsgen en Pruys-aal.

Dorst'ghe Dirckje die wil sijn geit niet verspeulen.

Maar wel verquans'len hier aan een malle meulen.

Dat kleyne Mannetgen, dat op d'execusy loopt,

En de plockjes haalt op d'erlgoet, datmen verkoopt,

Bleet gister-avont an een groot huys hanghen.

En Jan de Pijpestelder is vande ratel-wacht ghevanghen,

En Harmen de Raser is van Kranck-hooft ghequest,

En ons aller Hans Jongh is verlooft an een ouwe best.

En broer Karnelis is ghetrout an een Waterlantse Tuylmeyt,

Maar sy wil hem niet, nu sy hoort, dat hy sijn ayereh uyt-leyl.

IAN KNOL.

Andries, jy weter of, waar haaljet al van daan?

Ick loof niet, of ghy moet onder en boven d'aarde gaan,

HARMEN.

Wel, wat hoor ick daar? wel, wat wil dit wesen?

1126 pleyt en 't gtoote recht, zijn pleidooi en het hooger heS roep. 1131. verquans'len, verkwisten, wegsmijten;' een malle meulen, een malle, die met molentjes loopt; gek van een meid. 1132 execusy, gerechtelijke verkoop. 1133 plockjes op (Ferfgoet, plokgeld bij den verkoop van goederen uit een nalatenschap. (1135 pijpestelder, eig. een die de pijpen (van een orgel) stelt, fig. die den boel op stelten zet, aan den gang brengt; van de ratel-wacht ghevanghen, door de nachtwacht opgepakt. 1137 ons aller, ons allen bekende. 1138 tuytmeyt, een meid met een tuitmuts, met groote plooien aan weerszijden. 1139 syn ageren uytleyt, ontrouw is; eig. van een vogel die zijn eieren niet legt in zijn eigen nest. 1140 jy weter of, jij weet er van. 1141 ick loof niet of, ik geloof niet anders of. 1142 wat wil dit wesen, wat beduidt dat