is toegevoegd aan uw favorieten.

Paulus' brieven aan de Korinthiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

2 Korinthen 3:1. UITLEG.

hebben dus niet te denken aan de beide deelen van den bijbel. Ons N. T. bestond toen nog niet, het was in wording. Bij het nieuwe wordt juist niet aan de letter gedacht. Wanneer Paulus letter en Geest tegenover elkander stelt, eischt Geest een hoofdletter. Vooral spreke men niet, deze bijbelplaats misbruikend, van een doode letter. De letter is niet dood, maar maakt dood. De letter der wet martelt den mensch af. Daartegenover, staat, dat de Heilige Geest en niet een vervluchtiging van de letter,

7 levend maakt. Paulus ontkent niet de heerlijkheid des O. T., maar het was een vreeselijke heerlijkheid. Dat ziet hij belichaamd in den huiveringwekkenden glans op het gelaat van Mozes, al was het een tijdelijke glans.

8 Veel heerlijker is het ambt des Geestes dan dat van Mozes, die veroordeelen

9 moet. We hebben te onderscheiden het oude ambt, dat verdoemenis,

10 en het nieuwe, dat rechtvaardiging predikt. De groote heerlijkheid van

11 het eerste verbleekt voor de veel grootere van het tweede. Het voorbijgaande ging door een f aze van heerlijkheid heen, het blijvende is in heer-

12 lijkheid. Hier geen vrees meer voor achteruitgang, want het heerlijkste komt nog. Dat, geeft Paulus grooter vrijmoedigheid dan Mozes, den

13 man Gods, grooter dan eenig man. Weer zinspeelt Paulus op het deksel over Mozes gelaat, dat den geheimzinnigen glans moest verbergen. Nu let hij vooral op één zijde daarvan, die het O. T. niet naar voren keert. De bedekking verbergde niet alleen den glans zelf, maar ook op den duur het tanen daarvan. Wij zouden wellicht het O. T. niet zóó uitleggen. Nog veel minder zouden we echter uit dit vers met Rabanus Maurus een betoog halen tegen den baard bij geestelijken, die met het deksel op Mozes' gelaat wordt vergeleken.

14 Paulus' vrijmoedigheid baat hem tegenover de Joden weinig. Hun denken is verkalkt, de ouderdomskwaal. Mozes zien ze niet meer, maar als Mozes' geschriften hardop worden gelezen in de synagóge, is het nog, alsof het deksel ligt op het gelaat van Mozes. De schellen vallen eerst van de oogen af, waar Christus is, die Paulus verscheen op den

15 weg naar Damaskus. Bij het lezen van Mozes is het hoofd der Joden

16 gedekt, vgl. 1 Ko. 10 :2—16. We lezen in het O. T. Ex. 34 :34, dat Mozes, zoo dikwijls hij zich tot het volk wendde, het deksel voordeed, maar wendde hij zich tot God, dan werd het afgenomen. Paulus geeft den tekst vrij in het Grieksch weer, zóó, dat we hem moeten vertalen: als Mozes Israël ten slotte er toe brengt, zich tot den Heer te wenden, verdwijnt de bedekking. Dezen kijk op het woord des O. T. heeft Paulus zelf te danken aan zijn wondervolle bekeering op den weg naar Damaskus. Toen hij eenmaal door Christus gegrepen was en zich tot hem gewend had, was

17 het ware licht gekomen en de blinddoek viel af. De Heer, dat is voor Paulus de Christus. Van dien Heer zegt hij: d. w. z. de Geest. Men heeft dit korte woord opgeblazen, er de kern van Paulus' leer in willen zien. Een enkele nuchterder geleerde zegt er nog van, dat Paulus somtijds