Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 3

— 8 —

zou dit van invloed zijn, wanneer het medezenden van een geleider voorwaarde was, zoodat, indien geen geleider beschikbaar was, van een voorgenomen wandeling in het park zou moeten worden afgezien.

Dat eene buitenplaats 's nachts niet toegankelijk is, kan geen redelijken grond opleveren om de vrijstelling niet toe te passen.

Van vrijstelling kan zeker geen sprake zijn, indien een of meer bordjes zijn geplaatst, b. v. met het opschrift: Verboden toegang. Art. 461, Wetboek van Strafrecht.

Wanneer gronden feitelijk voor het pnbliek toegankelijk zijn, wordt daarvoor de vrijstelling niet verbeurd, doordien het publiek tot andere gronden van dezelfde buitenplaats niet wordt toegelaten. Wat niet toegankelijk is, valt niet onder de gunstige bepaling. Maar wanneer dit zich — zooals wel eens voorkomt — bepaalt tot enkele afgesloten wegen, zal daardoor op de huurwaarde van het perceel geen merkbare invloed worden uitgeoefend.

(Pves. Verz. 1897, n°. 13.)

Art. 3. Perceelen, die geheel of gedeeltelijk zijn gemeubeld, worden beschouwd als in gebruik te zijn, behoudens de toepassing van art. 63, § 2.

Dit artikel is aldus gewijzigd bij de wet van 19 September 1919, S. 580.

Art. 4. § 1. Geene belasting naar den eersten en tweeden grondslag wordt geheven wegens het gebruik van perceelen en gedeelten van perceelen uitsluitend:

o. tot openbaren eeredienst;

6. voor den dienst van het Rijk of andere publiekrechtelijke lichamen ;

c. als inrichting van onderwijs of tot opleiding voor een ambt, beroep of bedrijf ; als kostschool;

d. als inrichting van weldadigheid of tot genezing of verpleging van zieken of gebrekkigen,

als inrichting tot algemeen nut door

Sluiten