is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedoemde stad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Sadduceeschen Kerkvorst uit; de Priesters zeiven waren het luidst in hun kreten van afkeuring en' Tuin woorden verklaarden de oorzaak van hun woede.

„Wie heeft zijn dienaren rondgezonden om de tienden der Priesters op te halen .en wie heeft degenen, die niet konden betalen, met knuppels gekasteid? Wie anders dan Ananias?"

„Wie heeft de opbrengst der tienden verspild met zijn liefje Asenath, terwijl de Priesters van gebrek omkwamen? Wié anders dan Ananias ?"

Voor zijn verschrikte oogen paradeerden zij het bloedige hoofd van den bevelhebber van Antonia, op een hooge piek gestoken.

„Zoo zal het eveneens met uw hoofd gaan," schreeuwden zij.

Van die stonde af had Ananias het voorkomen van een man, die geesten heeft gezien en zeker is van zijn eigen doem. Met een wanhopige mtdrukking van ellende op zijn gezicht, dwaalde hij doelloos door de schitterende hallen van het Praetorium, bevend bij het geweld van den strijd buiten de muren en elk oogenblik verwachtende getuige te zijn van het binnenstormen der woeste Zeloten met het zwaard in de vuist, allen dorstende naar zijn bloed. Zijn lafheid wekte zelfs de rninachting van zijn Joodsche vriendern Op.

„Ananias, uw gezicht is zoo wit als een gekalkte muur,"- lachte er een.

Een gekalkte muurl Deze woorden vervolgden hem gedurende het overige van den dag, bij heiti een voorspelling oproepende,! welke hij sedert lang uit zijn geheugen had gebannen.

„God zal u treffen, gij wit gekalkte muürl want. zit gij niet om mij volgens de wet te oordeelen en beveelt gij niet dat ik, tegen de wet in, gevonnist zal worden?"

Van wien en van waar kwamen' die woorden? WaarscWjnhjk van den een Of anderen gevangene, die voor zijn rechterstoel was verschenen en dien hij veroordeeld had.

Ja, hu herinnerde hij het zich, het was de verontwaardigde uiting van Paulus van Tarsus, denzelfden Paulus, dien hij had willen laten dooden door de degens der Zeloten, En, door de ironie der Wraakgoden, zochten de degens der zelfde Zeloten hem te dooden! Waren er dan geen geheime kamers? zuchtte hij, waar men zich kon verbergen ? Hij had toch gehoord, dat Herodes, bij het bouwen van dit Paleis, er eenige had laten inrichten.

Was er dan niemand, die hem zulk een verborgen schuilplaats zou kunnen wijzen?

Maar de belegerden hadden het te druk met belangrijker zaken, om acht te geven op zijn klaagliederen.

De verdediging werd door de Romeinen met koel overleg geleid, de aanval met ongechsciplineerde woede door de Joden; beHimming der wallen en vurige pijlen, stormrammen en ondergrondsche mijnen, alles werd aangewend en doelloos gemaakt door