is toegevoegd aan uw favorieten.

Henrik Ibsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

Brand's ziel — meent nu weer den geest van het accoord, den havik te zien. Zij kan de liefde, de caritas, niet als iets goddelijks gevoelen, ziet haar altijd als afgoderij. Ze legt haar geweer aan, om den havik te treffen. Haar schot brengt de ijslawine aan het rollen. Wanneer Brand het naderend verderf ziet, weet hij in een oogenblik van helderziendheid, dat dit het gericht is over hem, den telg van een tot boete veroordeeld geslacht. Hij kromt zich onder de neervallende ijsmassa; in het uur des doods klinkt zijn vraag tot God: „Heeft dan niets geen waarde het quantum satis van den wil"? — en door den rommelenden donder heen, klinkt een stem, luider dan 't geraas der lawine: „Hij is Deus Caritatis!"

Het groote succes van Brand was te danken aan een misverstand. Men zag in Brand n.1. een orthodoxen fanaticus van het type Kierkegaard, die tegen staat en kerk en alle „gezond Christendom" ageerde en die door den dichter in de slotverzen van het gedicht werd veroordeeld. Men vond het een zeer geschikt, stichtelijk aannemingsgeschenk. Wonderlijk is, dat de dichter, die stellig gemeend had, door dit boek verbittering te wekken, zijn reis-stipendium in gevaar te brengen, nu voor 't eerst roem en financiëele voordeden genoot Zelfs stond het Storthing hem den 12den Mei 1866 een jaarlijksche dichtergage van 1600 Noorw. kronen (+ f 1100) toe.

Opwekken van misverstand had niet in Ibsen's bedoeling gelegen. Dus had hij er geen schuld aan. Had hij de bedoeling van het gedicht niet kunnen verduidelijken voor het publiek? Evenals bijv. Frederik van Eden, die een toelichting heeft geschreven bij zijn drama „De Broeders"?

Toen prof. Van Dijk in 1900 voor een gezelschap Groningsche hoogleeraren een lezing gehouden had over Brand, zette hij den dichter pe£ brief zijn meeningen uiteen en verzocht hem te antwoorden, of die juist dan wel onjuist waren. Spoedig kwam het antwoord op een visitekaartje: