is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood haar : de geschiedenis van een geslacht in de wildernis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

nood, moesten helpen . .. maar, daar wilde ik eigenlijk niet over spreken." „De schuld zeg je?"

„Ja, u weet beter dan ik dat de industrie langs kunstmatigen weg hierheen is gebracht; de stad was er nog niet rijp voor, en toen kwamen de gevolgen, — voor de stakkers die hierheen gelokt zijn. En om hen bekommert zich gewoon niemand."

„Neen, nu sla je de plank totaal mis, Immanuël. Weet je wat ik hier voor me heb?"

Wolf, de grondbezitter, boog naar voren en nam demonstratief een hoop papieren van de schrijftafel.

„Kijk," ging hij voort, „dit zijn stukken, waarin de plannen uitéén gezet worden om een tuinstad in te richten, waar het volk voor een minimum bedrag een eigen huisje met tuin zal kunnen krijgen. Ik heb het initiatief daarvoor genomen, evenals voor heel de industrie. Heel de stad is het werk der Wolfs, vriend!"

Immanuël's belangstelling scheen reeds verslapt. Hij keek het venster uit, waar de regendroppels langs de ruiten liepen en vroeg eenigszins onverschillig:

„Hoe kwam u aan dat idee van eigen huisjes?"-

„Och, omdat de arbeiders toch naar buiten trekken. Kijk 's avonds maar eens naar al de fietsers met den knapzak op den rug. Het is een echte volksverhuizing in het klein. En bovendien: zij verdienen hun geld hier en betalen in andere gemeenten belasting. Maar zoodra we hun maar eigen huisjes bezorgen, dan komt. de belasting ook hier binnen, niettegenstaande er hier meer te betalen is dan buiten. De belasting komt hier binnen, herhaal ik en dat is ten voordeele van beide partijen."

Immanuël boog zacht het hoofd. „Ja, misschien wel," gaf hij aarzelend toe. „Maar, vader — dat was het niet, —