is toegevoegd aan uw favorieten.

Rood haar : de geschiedenis van een geslacht in de wildernis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

waarover ik met u wilde praten. U weet wel vader, — waar we hét laatst in onze brieven over hadden, — en ik kan niet langer rondloopen zonder..."

„Wel drommels, jongen, — ik dacht dat je je die geschiedenis uit het hoofd had gezet."

Martin Wolf trachtte een lichten toon aan te slaan, maar hield op met schommelen en legde zijn sigaar neer.

Daar stond Immanuël bleek en ernstig. „Neen, die heb ik niet uit het hoofd gezet," zeide hij toonloos.

Zijn vader zat een paar minuten zwijgend op zijn snor te bijten. De rimpel, die op zijn voorhoofd te voorschijn kwam, en het grijzende haar over de kale slapen, deed hem op dat oogenblik ouder schijnen dan hij was.

„Immanuël, jongen," zeide hij, ten slotte, terwijl hij de ellebogen op de tafel steunde, „kan je die dwaasheid nu niet van je afzetten? Neen, neen, houd je kalm! In ieder geval moet ik herhalen wat ik je al geschreven heb. Je b>ent jong, en geloof me op den duur passen gelijken het best bij elkaar. Op zekeren dag zal er een ander komen, en voor je eigen welzijn ..."

Immanuël's oogen waren donker en stekend geworden, zijn lippen trilden en op eens wierp hij zich op een der groote rieten leuningstoelen neer en verborg het gelaat in de handen.

Martin Wolf liep heen en weer op het zachte tapijt, dat het geluid van zijn voetstappen dempte. Op de markt ratelde een kar voorbij en uit de eetkamer klonk het gerinkel van glazen, toen het meisje de tafel dekte voor het avondeten.

„Vader!"

Immanuël keek op en zijn stem had een eigenaardig harden klank. De vader staakte zijn wandeling door