is toegevoegd aan uw favorieten.

Invoeringsverordening strafwetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

Art. 6. Gehandhaafde strafbepalingen.

hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden".

194°. De artikelen 5, 6 en 7 der bij „Ten tweede" der ordonnantie van 3 October 1911 (I. S. n°. 540) vastgestelde voorschriften nopens werko vereenko msten aangegaan op anderen voet dan bij de zoogenaamde koelie-ordonnantie is bepaald.

In artikel 5 vervallen de woorden „of weigering om daarvan inzage te verleenen aan de in de tweede alinea van dat artikel bedoelde ambtenaren". (Sr. 216.)

In artikel 6 worden de woorden na „gestraft" vervangen door: „met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van ten hoogste vijf en-twintig gulden".

in artikel 7 worden de woorden na „gestraft" vervangen door: „met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden".

195°. De artikelen 1, eerste, tweede, derde en vijfde lid '), 2 en 3 der ordonnantie van 6 October 1911 (I. S. n°. 549) tot uitvoering van artikel65der Octrooiwet (Indisch Staatsblad 1911 n<>. 136).

In het eerste lid 2) van artikel 1 worden de woorden na „gestraft"3) vervangen door: „met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijftien honderd gulden".

In het derde lid van dat artikel vervallen de woorden na „gelast" (Sr. 43).

In het vijfde lid van dat artikel worden de woorden voor „indien" vervangen door: „Indien voorwerpen zijn verbeurd verklaard, kunnen de rechthebbenden op het octrooi,''.

li Het vierde lid is niet gehandhaafd in verband met art 39 Sr.

2) ls misdrijf, zie art. 7.

3) De woorden „naar gelang van zijn landaard" zijn blijkbaar abusivelijk blijven staan.