is toegevoegd aan uw favorieten.

Invoeringsverordening strafwetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6. Gehandhaafde strafbepalingen.

109

hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.

(2) Indien tijdens het plegen van verzet of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hechtenis van ten hoogste drie maanden opgelegd".

In artikel 21 worden de woorden na „gestraft" vervangen door: „met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste twee honderd gulden".

In artikel 28 worden de woorden na „gestraft" vervangen door: „met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van ten hoogste honderd gulden".

2720. Artikel 2 der ordonnantie van 20 April 1916 (1. S. no. 344), houdende tijdelijk verbod op den uitvoer uit Nederlandsch-lndië van prikkeldraad en spijkers.

In het eerste lid van gemeld artikel worden de woorden na „uitvoeren" vervangen door: „wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden".

273o. De artikelen 4 en 6 der ordonnantie van 28 April 1916 (I. S. no. 855) tot regeling van de keuring en registratie van paarden.

In het eerste lid van artikel 6 vervallen de woorden „of weigeren om de militaire commissie tot hun erven toe te laten en aldaar gelegenheid tot keuring te geven" en worden de woorden na „gestraft vervangen door: „met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden". (Sr. 216.)

274o. Artikel 8 der ordonnantie van 10 Juni 1916 (I. S. no. 420), houdende voorloopige