is toegevoegd aan uw favorieten.

Invoeringsverordening strafwetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

Art. 9. Wijz. Regl. Rechter'. Org.

wanneer het voornemen des daders zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaaid en de uitvoering alleen tengevolge van omstandigheden van zijnen wil onafhankelijk, niet is voltooid. Tenzij in de bijzondere algemeene verordening anders is bepaald, wordt het maximum der vrijheidsstraf op het voltooide feit gesteld met een derde verminderd en zijn de straf van geldboete en de bijkomende straffen dezelfde als op het voltooide feit zijn gesteld. (Sr. 63 en 54).

(4) Het minimum der geldboete wordt voor alle in artikel 6 bedoelde feiten gesteld op of verminderd tot vijf en twintig cents. (Sr. 80 tl); Inv. 41.)

(5) In de gevallen waarin op de feiten in artikel 6 bedoeld vrijheidsstraf en geldboete ter keuze van den rechter zijn gesteld, mag de duur der vervangende hechtenis het maximum der vrijheidsstraf niet overschrijden ').

(6) Bij veroordeeling tot geldboete waarvoor in de algemeene verordeningen in artikel 6 vermeld, bepaalde voorwerpen executabel zijn verklaard is het bepaalde bij artikel 4, derde lid onder c, vierde en vijfde lid, toepasselijk. ').

Artikel 8.

De bij bijzondere algemeene verordeningen verleende bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten blijft gehandhaafd, ook voor zoover tegen die feiten thans in het Wetboek van Strafrecht is voorzien. (Ned. Inv 13). Artikel 9.

Het Reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie in Nederlandsche-Indië ondergaat de volgende wijzigingen.

a. Artikel 20 (I. S. 1901 n°. 201), eerste lid onder a, wordt gelezen:

1) Ontleend aan St. 1898 no. 50.