is toegevoegd aan uw favorieten.

Invoeringsverordening strafwetboek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

Art. 9. Wijz. Regl. Rechter). Org.

eerste lid en 482 van het Wetboek van Strafrecht:".

g. In artikel 95 ') onder 8° worden de woorden na „wanneer*'vervangen door: „eene zwaardere hoofdstraf dan geldboete van ten hoogste vijf honderd gulden of verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen op de overtreding is gesteld", 2t.

/;. Artikel 99, tweede lid, vervalt.

/. Artikel 110 (1. S. 1870 n°. 152 en 1908 n°. 585 3) wordt gelezen:

„Door den hoofddjaksa worden op de politierol ingeschreven en op daartoe vastgestelde dagen voor den resident gebracht:

a. alle door Inlanders en met hen gelijkgestelden gepleegde overtredingen, waarop geen zwaardere straf is gesteld dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd gulden, met of zonder verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen, en welke niet ter kennisneming aan andere rechters zijn opgedragen;

h. de in de artikelen 352, eerste lid, 364, 378, 379, 384, 407, eerste lid, en 482 van het Wetboek van Strafrecht vermelde misdrijven, gepleegd door Inlanders of met hen gelijkgestelden.

De uitspraken van den Resident in die zaken zijn aan geenerhande voorziening onderhevig". j. Artikel 116 novies (I. S. 1914 n». 317)

wordt gelezen: De landrechters nemen, zonder onderscheid

van den landaard der beklaagden, in eersten

1) Lees* „96*'.

2) Ingevolge art I 12o van St 1914 no. 317, jcto. St. 1917 nos. 577 en 632 waren de hier bedoelde woorden reeds vervallen op I December 1916.

3) Dit artikel is sedert 1 December 1917 vervallen ingevolge art. I 14o van St. 1914 no. 317, jcto. 1917 nos. 577 en 632.