is toegevoegd aan uw favorieten.

Lukas Rabesam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

enkele beet tusschen de zenuwachtig trekkende lippen konden krijgen, zei Lukas Rabesam met groote wijding en innigheid:

„Kijkt nu eens, gij die u menschlievend noemt I Zóó zeer heeft de moord u aangegrepen'? Kijkt nu eens gij, die u van den Staat vervreemd meendet te voelen, zoo zeer heeft het offer voor een vergankelijken toestand u aangegrepen? Voelt gij thans wat het beteekent: Massa-stroomingen ? Willoos als een doode amphibie, huivert ge onder de geweldige meerderheidsgolven, die ook door u heenstroomen. Gij kunt u niet daartegen verweren! Want wie dat thans wel zou kunnen, hij is meer dan een mensch of, bijna altijd — minder.

„Denkt u thans eens in, hoe het zijn zal, als dit volk rijp worden zal voor een dergelijk, even groot verlangen! De menschheid moet met hetzelfde intense verlangen en den bijna dwazen toom van haar begeeren in 't vervolg den hemel willen bestormen, zooals zij thans Belgrado en Nowgorod bestormt. Gaat eens na, hoe reuzensterk, hoe geweldig dan de God zal zijn, naar Wien zij verlangt!

„Hij is daar; ook nu. Altijd. Maar hij heeft duizend veel onwezenlijker vormen, waar hij u naar zal laten reiken en waaraan hij u zal laten verdorsten. — Zoolang gij niet den Eene, den Eeuwige aanroept!"