Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viii

trekking hebben, op den voorgrond zijn geplaatst, is gerechtvaardigd door de uitkomsten die Bohr, Sommerfei/d en anderen reeds hebben verkregen; de schrijver is terecht van meening' dat het hoofdvraagstuk moet zijn, de bewegingen in het atoom te „quantiseeren", d.w.z. in aansluiting aan de theorie der quanta vast te stellen welke van de volgens de gewone wetten der mechanica mogelijke bewegingen in werkelijkheid zullen voorkomen en welke niet.

De nadruk wordt er op gelegd, dat vooralsnog de grondstellingen der quantentheorie met de klassieke mechanica en electrodynamica in strijd zijn. Zoolang het niet gelukt is, tot een goed samenhangende „quantenmechanica" te geraken, moet .men zich er mede tevreden stellen, bij het quantiseeren althans een algemeenen vasten regel te volgen. Wat de schrijver in deze richting gedaan heeft, verdient allen lof. Hij legt daarbij een grondige bedrevenheid in de wiskundige methoden der moderne mechanica aan den dag.

Voor het opbouwen van een quantenmechanica zal ongetwijfeld Ehrenpest's hypothese der adiabatische invarianten van groote beteekenis blijken te zijn. Dit onderwerp wordt in het zesde hoofdstuk besproken, waarbij ook de gelukkige uitbreiding die J. M. Burgers aan de beschouwingen van Ehrenpest heeft gegeven, wordt uiteengezet.

Menig bijzonder vraagstuk van grooter of kleiner omvang is door den schrijver opgelost en men vindt in zijn werk vele belangrijke opmerkingen die betrekking hebben op nagenoeg alle verschijnselen waaruit iets over de structuur der atomen kan worden afgeleid.

Zonder eenige aarzeling kon worden besloten, den schrijver den uitgeloofden prijs toe te kennen.

Bij opening van het naambriefje bleek de schrijver te zijn de Heer J. M. Burgers, conservator van het laboratorium van Teyler's Stichting l).

') De verhandeling is Dok verschenen als akademisch proefschrift van den Beer Burgers en hovendien opgenomen in de Archives dn.Musée Teyler, Série III, Vol. IV.

Sluiten