Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 8 -

■ 8 -

Het getal en de plaatsing dier kantoren, zoowel als de zamenstelling van het personeel bij elk derzelve, worden door Ons naar .gelang der behoeften van de dienst geregeld.

De kantoren zijn laatstelijk aangewezen bij art. 1 van het sedert gewijzigde besluit van 26 November 1901, S. 225, als bijlage opgenomen.

— De beëediging der ambtenaren van den waarborg is geregeld bij besluit van 10 April 1853; S. 19. Bij resolutie van den Minister van Financiën van 14 December 1852, n°. 34 is vastgesteld een dienstreglement, bij verschillende resoluties aangevuld, waarbij de werkkring en de verplichtingen der ambtenaren aan de waarborgkantoren werkzaam, zijn aangewezen.

—i De zamenstelling -van het personeel bij de kantoren en de jaarwedden enz. zijn laatstelijk geregeld bij het sedert gewijzigde besluit van 30 Maart 1907, onder de bijlagen opgenomen.

Art. 8. De ambtenaren van den waarborg zijn verpligt kosteloos aan een ieder inlichting te geven omtrent de beteekenis der verschillende keur- en andere stempelmerken, op gouden en zilveren werken voorkomende.

In verband met art. 11, 40 en 42, heeft dit artikel de strekking om zooveel mogelijk de middelen te vermenigvuldigen, waardoor ook de minkundige wordt in staat gesteld zich van de waarde der door hem aangekochte gouden en zilveren werken te verzekeren en voor misleiding te vrijwaren.

Het aantal der teekenen van verschillenden aard en beteekenis, welke veelal op de gouden en zilveren werken voorkomen, en de moeijelijkheid om aan de rijks-keurmerken, bij de geringe afmetingen waartoe men beperkt is, altijd de vereischte duidelijkheid te geven, zouden den geheelen waarborg, door die merken verschaft, ijdel maken, wanneer men den weg

Sluiten