is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 18den September 1852, S. 178, zooals die wet is gewijzigd bij de wetten van 7 Mei 1859, S. 31, ..., omtrent den waarborg en de belasting der gouden en zilveren werken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. & J. N°. 23. 10e druk.

DERDE AANVULLING

dhr

WET

omtrent den waarborg en de belasting op de gouden en zilveren werken.

Besluit van den 6den Mei 1924, 8. 230a, houdende intrekking van bepalingen omtrent de beëediging van de ambtenaren van den waarborg en de belasting der gouden en zilveren werken en omtrent de kantoren van dien tak van dienst. Wij WILHELMINA, enz. Op de voordracht van Onzen Minister van

Financiën van 11 April 1924, n°. 104, afdeeling

Personeel;

Den Raad van State gehoord (advies van 29 April 1924, n°. 46);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 1 Mei 1924, n°. 127, afd. Personeel;

Hebben goedgevonden en verstaan :

In te trekken het Koninklijk besluit van 10 April 1863, {Staatsblad n°. 19), en de artikelen 1 en 2 van Ons besluit van 26 November 1901, (Staatsblad n°. 225), zooals dat besluit is gewijzigd bij artikel 1 van Ons besluit van 4 April 1914, (Staatsblad n°. 171).

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Het Loo, den 6den Mei 1924.

WILHELMINA. De Minister van Financiën, H. Coijjn.

(Uitgeg. 19 Mei 1924.)