Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 24 —

8

eene verklaring omtrent de uitkomsten zijner naziening.

24. De verplichting, bjj artikel 23 opgelegd, gaat in geval van afwezigheid, schorsing, overlijden of ontslag over op dengene, die den ambtenaar vervangt of opvolgt.

25. Indien de laatste dag van den termijn van tien dagen op een Zondag valt, wordt de termijn verlengd tot den eerstvolgenden dag, waarop de kantoren zijn geopend.

26. De ambtenaren der registratie zijn bevoegd, bfl inzage van het in artikel 19 bedoelde register, daarop eene desbetreffende verklaring te stellen.

HOOFDSTUK II.

De registratiebelasting.

§ 1. Rechten op overdracht van onroerende ' zaken.

27. Op de akten, houdende overdracht onder bezwarenden titel van onroerende zaken, binnen bet Rijk gelegen of gevestigd, is verschuldigd een registratierecht van twee gulden vijftig cent van elke honderd gulden over de verkoopwaarde. De verkoopwaarde wordt geacht gelijk te zijn aan het bedrag van den prrjs en de lasten, behoudens toepassing van de artikelen 66 en 73.

Onder overdracht wordt voor de toepassing van deze wet mede verstaan vestiging, wijziging en afstand van zakelijke rechten op onroerende zaken met uitzondering van hypotheek.

28. In geval van ruiling van onroerende zaken, binnen het Rijk gelegen of gevestigd, is het recht van 2,5 ten honderd verschuldigd over de verkoopwaarde van een der loten, bij verschil over die van het hoogste lot. Indien eene toegift is bedongen, is het recht echter verschuldigd over het bedrag dier toegift en de verkoopwaarde van het lot, dat wordt afgestaan door hem, die de toegift doet, tezamen, zoo dit gezamenlijk bedrag de verkoopwaarde van het andere lot overtreft.

Voor ruiling van landerijen — daaronder begrepen de rechten van erfpacht én beklemming op landerijen gevestigd — gelegen in dezelfde of in aangrenzende gemeenten van het Rijk, wordt het recht, voor zoover het verschuldigd is over het bedrag van de verkoop-

Sluiten