is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 2den Mei 1863, S. 50, zooals deze bij de wetten van 28 Juni 1876, S. 143, 25 April 1886, S. 64, 9 Mei 1890, S. 78, 28 mei 1901, S. 123, 22 Mei 1905, S. 141, 5 Juni 1905, S. 154, 27 Mei 1907, S. 128, 14 Juni 1909, S. 173, 15 December 1917, S. 700 en 28 April 1918, S. 267, is gewijzigd, houdende regeling van het Middelbaar Onderwijs met besluiten ter uitvoering, aanteekeningen en alphabetisch register

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 114 —

ogende op die, waarin de opening plaats had, als werkelijk schoolgaande bekend stond;

6°. van de dagteekening van de opening der school, indien deze, waar het geldt eene school met driejarigen cursus, nog geen drie, en waar het geldt eene school met vierjarigen of vijfjarigen cursus, nog geen vijf jaren geleden werd geopend;

7°. het bedrag van de opbrengst der schoolgelden in zijn geheel, alsmede per leerling en per jaar.

•6. De opgave, in het voorafgaand artikel bedoeld, wordt voor het eerst ingezonden in de maand Januari 1911 en moet vergezeld gaan van een staat van alle inkomsten en uitgaven der school over het afgeloopen jaar.

Bij dezen staat worden overgelegd de door den directeur en de leeraren voor salaris afgegeven quitantiën, zoomede quitantiën tot staving van alle die verdere uitgaven, die een bedrag van tien gulden zijn te boven gegaan.

Het bedrag, ten koste gelegd voor huur en onderhoud van het gymnastieklokaal, zoomede voor aanschaffing van gymnastiektoestellen wordt daarbij afzonderlijk vermeld.

7. Het aantal wekelijks gegeven lesuren wordt, indien het schooljaar niet samenvalt met het burgerlijk jaar, berekend naar verhouding van het in elk der beide schooljaren aangegeven aantal wekelijksche lesuren en van de verdeeling van het burgerlijk jaar over de beide schooljaren.

8. De opgave, in artikel 5 van dit besluit vermeld, wordt opgemaakt in den vorm, door Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken te bepalen.

9. De kosten, noodig om te voorzien in de behoefte aan een gymnastieklokaal ten behoeve van eene krachtens artikel 45£>is der wet tot regeling van het middelbaar onderwijs gesubsidieerde hoogere burgerschool, aan welke volgens het overgelegd leerplan onderwijs wordt gegeven in de gymnastiek, worden door het Rijk vergoed, overeenkomstig de bepalingen en onder de voorwaarden, in de artikelen10 tot en met 13 van dit besluit gesteld.

10. Ten opzichte van een gymnastieklokaal,! als bedoeld in artikel 9, worden aan de goed-