is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van den 2den Mei 1863, S. 50, zooals deze bij de wetten van 28 Juni 1876, S. 143, 25 April 1886, S. 64, 9 Mei 1890, S. 78, 28 mei 1901, S. 123, 22 Mei 1905, S. 141, 5 Juni 1905, S. 154, 27 Mei 1907, S. 128, 14 Juni 1909, S. 173, 15 December 1917, S. 700 en 28 April 1918, S. 267, 4 October 1919, S. 593, en 1 Maart 1920, S. 106, is gewijzigd, houdende regeling van het Middelbaar Onderwijs met besluiten ter uitvoering, aanteekeningen en alphabetisch register

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 307 —

wordt gevorderd, bewijzen van bekwaamheid hebben gegeven.

Zij, die het eindexamen der cadettenschool of het eindexamen der adspirantenschool voor do marfne (adspirant-adelborst en adspirant administrateur) met goed gevolg hebben afgelegd, zijn onder door Onzen voornoemden Minister vast te stellen voorwaarden vrijgesteld van een nader onderzoek in alle vakken, waarvoor zij bij dat examen ten minste het cijfer 5 hebben behaald en van een onderzoek naar die gedeelten der leerstof van de hoogste drie leerjaren der hoogere burgerschool met vijfjarigen cursus, welke niet op het eindexamen dezer scholen gevraagd wórden.

Zij, die bevoegd zijn tot het geven van onderwijs in eenig vak aan eene hoogere burgerschool met driejarigen cursus, zijn vrijgesteld van een nader onderzoek in dat vak.

Zij, die bevoegd zijn tot het geven van lager onderwijs in een moderne taal, zijn vrijgesteld van een nader onderzoek in die taal.

Zij, die in het bezit zijn van een akte van bekwaamheid voor lager onderwijs in de wiskunde, zijn vrijgesteld van een nader onderzoek in de wiskunde, met uitzondering van de beschrijvende meetkunde.

Zij, die in het bezit zijn van de akte, bedoeld in art. 77 onder o der wet van 17 Augustus 1878 (Staatsblad n°. 127), zijn vrijgesteld van een nader onderzoek in de Nederlandsche taal (taalkundig gedeelte) en het handteekenen.

Zij, die in het bezit zijn van de akte, bedoeld in art. 77 onder 6 der wet van 17 Augustus 1878 (Staatsblad n°. 127), zijn vrijgesteld van een nader onderzoek in de Nederlandsche taal en letterkunde, de aardrijkskunde, de geschiedenis, de plant- en dierkunde en het handteekenen.

4. Het examen wordt schriftelijk en mondeling afgenomen.

De eischen voor elk vak zijn die, welke genoemd worden in het programma voor het examen, bedoeld in art. 55, eerste lid, der Middelbaar-onderwijswet; bovendien wordt door de commissie een onderzoek ingesteld naar de kennis der candidaten aangaande die gedeelten der leerstof van de hoogste drie leerjaren der hoogere burgerschool met vijfjarigen cursus, welke niet op het eindexamen dezer scholen gevraagd worden.

Indien de candidaat dit wenscht, worden hem óf voor de mechanica en het rechtlijnig teekenen óf voor de handelswetenschappen geen andere eischen gesteld, dan gevorderd worden voor overgang van de vierde naar de vijfde klasse der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus.

Bij de eischen, voor de lichamelijke oefening te stellen, wordt zooveel mogelijk rekening gehouden met de physieke geschiktheid der candidaten, hun leeftijd en de gelegenheid, welke zij nebben gehad om het onderwijs in dat vak te volgen.