is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van den 2den Mei 1863, S. 50, zooals deze bij de wetten van 28 Juni 1876, S. 143, 25 April 1886, S. 64, 9 Mei 1890, S. 78, 28 mei 1901, S. 123, 22 Mei 1905, S. 141, 5 Juni 1905, S. 154, 27 Mei 1907, S. 128, 14 Juni 1909, S. 173, 15 December 1917, S. 700 en 28 April 1918, S. 267, 4 October 1919, S. 593, en 1 Maart 1920, S. 106, is gewijzigd, houdende regeling van het Middelbaar Onderwijs met besluiten ter uitvoering, aanteekeningen en alphabetisch register

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 308 —

Candidaten, die eene verklaring overleggen, onderteekend door 2 geneeskundigen, woonachtig in de plaats, waar zij wonen of waar het examen wordt afgenomen, waaruit blijkt, dat zij het laatste jaar vóór het examen ongeschikt waren het onderwijs in de lichamelijke oefening, gelijk dat in de vijfde klasse eener hoogere burgerschool wordt gegeven, te volgen, kunnen door de commissie van een onderzoek in dat vak worden vrijgesteld.

5. De dagen, door Onzen voornoemden Minister voor het schriftelijk examen aangewezen, worden door den voorzitter der commissie aan de candidaten medegedeeld.

Het schriftelijk examen wordt ieder jaar zoodanig geregeld, dat aan de candidaten op denzelfden dag dezelfde opgaven worden voorgelegd als aan de leerlingen der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus.

Boyendien wordt schriftelijk examen afgelegd in de vakken mechanica, handelswetenschappen en rechtlijnig teekenen, voor zooveel betreft de leerstof, behandeld in de vierde klasse der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus.

Alleen het examen in handteekenen kan in den voor het mondeling examen bestemden tijd worden afgelegd. In dat geval wordt voor elke groep een andere, in moeilijkheid overeenkomende, opgave gekozen.

Gedurende het schriftelijk examen in eenig vak mag geen examinandus zich, zonder vergunning van den voorzitter, uit het lokaal verwijderen ; zij. die zich aan eenig bedrog gedurende het examen schuldig maken, worden terstond afgewezen.

6. Het mondeling examen omvat, behoudens het bepaalde in de artt. 4 en 7, alle vakken, welke in de hoogste 3 leerjaren der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus worden onderwezen.

Het mondeling examen duurt voor wiskunde ten hoogste één uur, voor staathuishoudkunde, cosmographie en staatsinrichting ten hoogste twintig minuten en voor de overige vakken elk ten hoogste een half uur.

Het mondeling examen loopt voor eiken candidaat in 3 dagen af.

Het mondeling examen wordt, voor zoover het mannelijke candidaten betreft, in het openbaar gehouden.

7. Voor die vakken, waarvoor bij het schriftelijk examen ten minste het cijfer 7 is behaald, wordt, indien de candidaat zulks wenscht, vrijstelling van een mondeling examen verleend, behalve voor de 3 vreemde talen en hare letterkunde en voor de Nederlandsche letterkunde.

8. Voor ieder vak of onderdeel daarvan wordt een lid der commissie meer bepaald aangewezen als examinator, die zich belast met het nazien van het daarvoor gemaakte schriftelijk werk en het afnemen van het