is toegevoegd aan je favorieten.

Wet van den 2den Mei 1863, S. 50, zooals deze bij de wetten van 28 Juni 1876, S. 143, 25 April 1886, S. 64, 9 Mei 1890, S. 78, 28 mei 1901, S. 123, 22 Mei 1905, S. 141, 5 Juni 1905, S. 154, 27 Mei 1907, S. 128, 14 Juni 1909, S. 173, 15 December 1917, S. 700 en 28 April 1918, S. 267, 4 October 1919, S. 593, en 1 Maart 1920, S. 106, is gewijzigd, houdende regeling van het Middelbaar Onderwijs met besluiten ter uitvoering, aanteekeningen en alphabetisch register

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 309

mondeling examen, een tweede lid om eveneens het schriftelijk werk na te zien en bij het mondeling examen tegenwoordig te zijn.

9. Overigens geschiedt de regeling van het examen door den voorzitter, met dien verstande, dat het schriftelijk examen aan het mondeling voorafgaat; dat het werk voor het schriftelijk examen gemaakt wordt onder toezicht van ten minste 2 leden der commissie, overeenkomstig de voorschriften, vervat in art. 9 van het algemeen reglement voor de eindexamens der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus.

10. Het oordeel over de kennis en de ontwikkeling der candidaten in elk der vakken, waarin examen wordt afgelegd, wordt zonder verdere aanwijzing of onderverdeeling uitgedrukt door een der cijfers van 1 tot 10, aan welke de volgende beteekenis is te hechten :

1. zeer slecht. 6. voldoende.

2. slecht. 7. ruim voldoende.

3. gering. 8. goéd.

4. onvoldoende. 9. zeer goed. 5: even voldoende. 10. uitmuntend.

De eindcijfers, verkregen uit een schriftelijk en een mondeling examen, worden steeds, indien noodig, afgerond tot het naast liggende geheele getal; gemengde getallen met de breuk worden naar beneden afgerond.

Van de cijfers, verkregen voor de vakken, welke worden onderwezen in de hoogste klasse der hoogere burgerscholen met vijfjarigen cursus en op het eindexamen dezer scholen niet worden gevraagd, heeft het gemiddelde denzelfden invloed op den uitslag van het examen als één der eindcijfers, verkregen voor de vakken, welke op het eindexamen der hoogere burgerscholen wel worden gevraagd. Het gemiddelde wordt zoo noodig afgerond op de wijze als in het tweede lid is aangegeven.

De invloed der cijfers, verkregen voor de vakken, welke niet in de vijfde klasse der hoogere burgerscholen worden onderwezen, wordt door de examencommissie bepaald.

11. Na afloop van het examen wordt eene vergadering gehouden, in welke de commissie over den uitslag beslist.

Is aan den candidaat voor elk der vakken, waarin hij examen heeft afgelegd, het eindcijfer 5 of hooger toegekend, dan wordt hem het getuigschrift van voldoend afgelegd examen uitgereikt.

De candidaat, die voor één of meer vakken een onvoldoend eindcijfer heeft gekregen, terwijl het gemiddelde van al de verkregen eindcijfers minder dan 5 bedraagt, is afgewezen.

In alle andere gevallen wordt naar aanleiding van de verkregen cijfers over de toelating beraadslaagd en beslist. Aan de stemming nemen deel alle leden der commissie.

Bij staking van stemmen is de candidaat toegelaten.

Overgangsbepaling.

12. Zij, die in het bezit zijn van het diploma