Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

— 8 —

Bestaat in eene gemeente eene huurcommissie, dan mag men als verhuurder geene overeenkomst van huur en verhuur aangaan, waarbij voor de woning een hoogere huurprijs bepaald wordt dan die van 1 Januari 1916, zoo die hoogere huürprijsv niet is goedgekeurd of zelfstandig vastgesteld door de huurcommissie 1. Wil de huiseigenaar in die gemeente dus liever niet in aanraking komen met de huurcommissie, hij zal in den regel zijn doel kunnen bereiken door geen hoogere huur te vorderen dan die welke de woning opbracht „op, of laatstelijk vóór" den lsten Januari van dit jaar (1916). De woorden laatstelijk vóór zien op het geval dat de woning met 1 Januari tijdelijk onverhnurd was

In den regel werd zooeven gezegd: altijd, zou niet juist zijn. Eet geval is te voorzien, dat de woning met 1 Januari nog niet bestond, vóór dien tijd door den eigenaar zelf is bewoond geweest of om welke andere reden ook vóór of op 1 Januari nimmer verhuurd is geweest; in dat geval schijnt de aangewezen weg den huurprijs van 1 Januari door de huurcommissie te doen schatten. Zoo noodig deskundigen gehoord, zal de commissie gereedelijk kunnen bepalen welke som gelds als de huurprijs moet worden aangemerkt, dien de woning, ware zij gehuurd geweest, op 1 Januari zou hebben opgebracht.

De dagteekening 1 Januari (1916) is gekozen, omdat blijkens ingekomen klachten juist in dit voorjaar de prijsopdrijving begonnen is." (Een amendement op dit en op enkele volgende artikelen, om den datum van 1 Januari 1916 een jaar te vervroegen, werd verworpen.)

Bij de wijzigingswet van 19 Februari 1921» S. 71, is het systeem der wet op enkele punten gewijzigd. De kern dier wijzigingen is neergelegd in het nieuwe artikel 5 der wet, waarin aan de huurcommissie eene ruimere bevoegdheid tot het goedkeuren van huurverhoogingen dan onder de oorspronkelijke bepalingen der wet mogelijk was, is toegekend (verg. de eerste aant. op art. 5). In verband daarmede is artikel 1 gewijzigd door het toe-

1 Voor het „zelfstandig vaststellen" door de huurcommissie zie men de toelichting op lid 2 van art. 4.

Sluiten