is toegevoegd aan uw favorieten.

Octrooiwet 1910, S. 313

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acht dagen, nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, daartoe ter griffie aanmelden, vorderen, dat die voorwerpen hun worden afgegeven.

5. De strafbare feiten, in dit artikel bedoeld, worden beschouwd als misdrijven.

„Evenals het onrechtmatig gebruik van merken wordt de hierbedoelde inbreuk op een octrooi als een misdrijf aangemerkt. Het vijfde lid behelst eene hiertoe strekkende bepaling. Deze bepaling heeft toepasselijkheid van art. 33 van het Wetboek van Strafrecht tengevolge, krachtens welk artikel voorwerpen, den veroordeelde toebehoorende, door middel van misdrijf verkregen of waarmede misdrijf opzettelijk is gepleegd, kunnen worden verbeurd verklaard." (Mem. van Toel.)

Aft. 46. 1. De octrooihouder, de licentiehouder of de voorgebruiker, die een voortbrengsel of eene stof in het verkeer brengt, ten aanzien waarvan de voorschriften van art. 36 niet zijn in acht genomen, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste drie honderd gulden.

2. Hij, die woorden of teekens in verband met eenig goed aldus gebruikt, dat in strijd met de waarheid, de indruk kan worden gevestigd, hetzij alsof voor dat goed eene bescherming is verleend of aangevraagd, hetzij alsof in Nederland eene bescherming is verleend of aangevraagd, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete' van ten hoogste vijftienhonderd gulden.

3. Hij, die eenig goed, in verband waarmede woorden of teekens aldus zijn gebruikt, dat in strijd met de waarheid,

- 90 —

Art. 46