is toegevoegd aan uw favorieten.

Octrooiwet 1910, S. 313

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 137 —

Art. 66

cigening geen aanleiding bestaat; van het besluit zal den Octrooiraad ten spoedigste afschrift worden gezonden.

„Aan de door den Octrooiraad aan te wijzen Commissie zal volledige vrijheid moeten worden gelaten ten aanzien van de factoren, welke zij hierbij zal meenen in aanmerking te moeten doen. komen, zooals vergoeding voor den tijd en de moeite aan de uitvinding besteed, schadeloosstelling wegens gemis der voordeelen van het uitsluitende recht, een passende belooning en welke andere omstanaigheden bij voorkomende gevallen nog bovendien afzonderlijk in rekening behooren te worden gebracht.

Nadat de geldelijke waarde, welke de uitvinding naar het oordeel der deskundigen heeft, is komen vast te staan, wordt den Staat de beslissing gelaten of de uitgave der getaxeerde waarde opweegt tegen het belang, dat er voor 'stands defensie in is gelegen, over die uitvinding te beschikken ; deze beslissing wordt neergelegd in een Koninklijk Besluit, hetwelk aan den Octrooiraad wordt medegedeeld."' (Mem. v. Toel. wijzigingswet van 1921.)

Art. 104B. Bijaldien door Ons wordt besloten, dat er geen aanleiding bestaat tot onteigening der rechten, uit de octrooi-aanvrage voortvloeiende, zal de Staat den aanvrager, op zijn verzoek, de schade vergoeden, welke hij daardoor mocht hebben geleden; het bedrag van het te dezer zake verschuldigde wordt, tenzij dit bij minnelij ke ' schikking kan worden bepaald, vastgesteld door de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel lOiA, 2de lid.

Art. 104C In geval van oorlog in den zin van artikel 73 dezer wet is op de rechten, welke aan eene aanvrage om octrooi kunnen worden ontleend, het bepaalde in artikel 104 dezer wet van toepassing.