Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaandeweg hunne vechtkunst over Europa.

De Spaansche Invasie bracht dan ook die vechtkunst waarschijnlijk naar Nederland over.

Van een officieele school ter beoefening der vechtkunst in Nederland uit dien tijd is echter niets bekend, wel verschenen hier te lande enkele schermwerken o.a. in 1608 van den Hollander Jacob de Geyn „Wapenhandelinghe van Roers, Musquetten ende Spiessen met schriftelijke onderrechtinghe ten dienste van alle Liefhebbers der Wapenen, ook mede voor alle Capiteinen ende Bevelhebbers, om hieruit hun ionge oft onervaren Soldaten de volkome handelinghe van deze Wapenen te beter aen te wijzen; in 1618 van den Hollander Adam van Breen" Maniement des Armes avec rondelies, piqués, espées et targes", terwijl in 1619 bij Elzevier te Leiden werd uitgegeven het werkje over de schermkunst van den Italiaanschen meester Salvator Fabris, naar welk voorschrift in Duitschland toen ten tijde de schermkunst onderwezen werd.

Oude werken maken gewag, dat Nederland aan de Fransche Natie zijn eerste kennismaking met de eigenlijke schermkunst te danken heeft en dat ongeveer in het jaar 1814, na de afschudding van het Fransche juk, die kunst in het leger bloeide.

Toch schijnen er voor dien, schermmeesters en scherminrichtingen bestaan te hebben. Alfred Goemaère schrijft in het boekwerk „L' escrime" dat in het bezit is van de Universiteits bibliotheek te Utrecht, dat in 1672 van de J^and van den Hollander Hendrick van Buren, professeur d' armes de la ville d' Utrecht het volgende werkje verscheen „Drilkonst of hedendaagsche wapenoeffening; dienstigh voor Bevelhebberen om eene Bende bequaam in order te brengen; als om te konnen zien of haar Soldaten wel behoorlijk geoeffent zijn; Heel bequaam oock voor burgers, Soldaten of anderen, die begeeren in de Dril of Wapenkonst onderwesen te worden," terwijl melding gemaakt wordt van het feit, dat

6

Sluiten