Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1 —

8

het best kan worden omschreven als het samenstel van rechtsregelen dienende om in de nijverheid (dit woord in ruimen zin genomen) den intellectueelen eigendom te bepalen.

Moet dus,, om onder de werking van het octrooirecht te vallen, eene uitvinding nieuw en op het gebied der nijverheid gelegen zijn, niet elke zoodanige uitvinding behoeft aanleiding tot eene bescherming door octrooi te kunnen geven. Er is hier voor verscheidenheid van wettelijke regeling een ruim veld.

Die verscheidenheid komt in de eerste plaats voort uit de meer of minder heldere voorstelling, die de verschillende wetgevers van het, begrip uitvinding hebben gehad. Sommige wetten achten het noodig plannen en combinaties voor financieels en eredietoperaties uit te sluiten (zoo de Fransche en de Spaansche wetten), andere weer zonderen wetenschappelijke theorieën uit (zoo de Oostenrijkschè, de Hongaarsche, de Italiaansche en de Russische wetten). Al deze uitsluitingen zijn echter overbodig wanneer men in het oog houdt, dat de uitvinding op het gebied der stoffelijke productie moet zijn gelegen. Redeneeringen van abstracte wetenschap, financieele combinaties, stelsels van opvoeding, hygiënische leefwijzen, heelkundige operaties zijn daardoor vanzelf van octrooibescherming uitgesloten. Enkele buitenlandsche wetten ontzeggen octrooi voor uitvindingen, die niet voldoende belangrijk of nuttig zijn (zoo in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika), of die van alle belang ontbloot zijn (zoo in Denemarken). Ook deze beperking is echter onnoodig, wanneer men vasthoudt aan het denkbeeld, dat eene uitvinding om te kunnen worden beschermd, op het gebied der stoffelijke productie tot een practisch resultaat moet kunnen leiden. (*)

Eene andere beperking, waarover meer eenstemmigheid in de buitenlandsche wetten bestaat, is deze, dat geene bescherming wordt verleend voor uitvindingen, welke strijdig zijn met de wetten, de openbare orde of de goede zeden. Ook hier te lande behoort voor zoodanige uitvindingen geene wettelijke bescherming toegelaten te worden." (*) (Mem. v. Toel.)

(*) Zie de aant. c op art. 3. (*) Zie art. 5.

Sluiten