Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

springen in diepe kniebuiging overgaan, opdat het lichaam niet te veel schokt.

5. Wijdbeens. Van uit den hoogsprong bij het springen de voeten wijd uiteenzetten. Enkels niet zijwaarts buigen.

a. Voeten (Ski) evenwijdig;

b. Punten van de voeten naar binnen gewend geeft sneeuwploeg-houding;

c. Punten van de voeten naar buiten gewend geeft wijdbeensche stand.

In alle drie wijdbeensche houdingen ,,wippen" en „zijwaartsch wippen", links en rechts. Het ..zijwaartsch wippen" is de vooroefening voor het

6. Veeren (draaiende beweging) der heupen: In den stand heupen links en rechts veeren, knieën en enkels worden hierbij in tegenovergestelde richting gedrukt, de voetzolen gebogen. Met wippen verbinden, waardoor het veeren en de schuine houding der voeten versterkt wordt, hierbij telkens de vuisten den grond laten raken. Knieën bij elkaar.

7. Draaisprong. Bij oefening 4 het lichaam tot 180 graden om de eigen as draaien, hierbij de beenen dicht bij elkaar. Voor en na den draaisprong diepe kniebuiging. Een .doek tusschen de knieën klemmen, om te controleeren of ze elkaar raken.

8. Sprong zijwaarts. Bij oefening 4 zijwaarts

10

Sluiten