is toegevoegd aan uw favorieten.

Warenwet 1919, S. no. 581

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 116 —

Bepaling van het gehalte aan zetmeel van brood voor lijders aan suikerziekte en van glutenbrood.

5 g. brood (waarvan het watergehalte bekend moet zijn) worden met 200 cM3. zoutzuur (3 %) gedurende 3 uur zacht gekookt in een kolf met terugvloeikoker. Na afkoeling wordt de vloeistof gefiltreerd. Het residu op het filter wordt met koud water uitgewassschen, totdat de zure reactie js verdwenen, en waschwater met het nitraat vermengd. Dit mengsel wordt daarna met loog geneutraliseerd en met water aangevuld tot ,500 cM3. Van deze oplossing wordt het reductie vermogen ten opzichte van koperproefvocht bepaald. Daartoe wordt een geschikte hoeveelheid der oplossing hedeeld met 10 cM3. eener kopersulfaatoplossing en 10 cM3. alkalische Seignettezoutóplossing en zooveel water, dat het eindvolumen 50 cM3. bedraagt. Dit mengsel wordt op de vrije vlam in 3 minuten tot koken verwarmd en daarna gedurende 2 minuten gekookt op een draadgaas bedekt met een asbestplaat, voorzien van een ronde opening, waann de kolf past, daarna afgekoeld tot kamertemperatuur, bedeeld met 3 g. kaliumjodide, vervolgens met 15 cM3. verdund zwavelzuur (s. g. 1,125) en onmiddellijk getitrëerd met 0,1 N natriumthiosulfaat-oplossing ; aan het einde der titratie wordt stijfseloplossing als indicator toegevoegd.

Daarnaast wordt een blinde proef verricht met dezelfde hoeveelheden vloeistoffen in het eindvolumen."

Het reduceerend vermogen wordt met behulp van onderstaande tabel uitgedrukt in mg zetmeel.

Tabel.

cM". 1/10 N natriumthiosulfaat 1 2 3 4 5

mg zetmeel 2,9 5,7 8,5 11,3 14,3

cM8. 1/10 N natriumthiosulfaat 6 7 8. 9 10

mg zetmeel 17,3 20,2 23,0 26,0 29,1

cM3. 1/10 N natriumthiosulfaat 11 12 13 14 15

mg zetmeel 1 32,1 35,1 38,2 41,2 44,4

cM8. 1/10 N natriumthiosulfaat 16 17 18 19 20

mg zetmeel 47,5 60,7 53,8 57,0 60,2

cM3. 1/10 N natriumthiosulfaat 21 22 23 24 25

mg zetmeel 63,6 67,0* 70,6* 74,3 77,9