is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 13den Juli 1907, S 193, tot wijziging en aanvulling van de bepalingen in het burgerlijk wetboek omtrent huur van dienstboden en werklieden en daarmede samenhangende artikelen in dat wetboek, alsmede in de wetboeken van koophandel en van burgerlijke rechtsvordering, in de wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie, en in de faillissementswet (arbeidscontract) zooals deze wet gewijzigd is

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 92 —

tikel 97 wordt het volgende ingevoegd:

„EERSTE AFDEELING.

Algemeene bepalingen."

Tusschen artikel 125 en den Derden Titel van het Eerste Boek wordt het volgende ingevoegd:

„TWEEDE AFDEELING.

Van de wijze van procederen in zaken, betrekkelijk tot eene arbeidsovereen- , komst, tot eene collectieve arbeidsovereenkomst, of tot zekere aannemingen van werk.

Art. 125a. De behandeling van zaken, betrekkelijk tot eene aanneming van werk, waarvan de kantonregter zonder hooger beroep kennis neemt, tot eene arbeidsovereenkomst, of tot eene collectieve arbeidsovereenkomst als bedoeld bij artikel 1637w van het Burgerlijk Wetboek, geschiedt overeenkomstig de gewone regelen, voor zooverre daarvan bij de navolgende artikelen niet is afgeweken.

Art. 1256. De eischende partij zal te harer keuze ter griffie van het kantongeregt binnen welks regtsgebied de arbeid gewoonlijk wordt verrigt of binnen welks regtsgebied de wederpartij woonachtig is, een verzoekschrift op ongezegeld papier indienen, waarbij den kantonregter verzocht wordt een dag te bepalen, waarop de zaak ter teregtzitting zal worden behandeld.

Het verzoekschrift bevat eene opgave van den naam, de voornamen en de woonplaats des verzoekers, van den naam en de woonplaats der wederpartij,