is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Maart 1917, S. 257, tot voorkoming van onredelijke opdrijving van de huurprijzen van woningen ; Wet van den 25sten Maart 1918, S. 182, tot voorkoming van ontruiming van woningen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 93 -

Art. 5

•met bouw- of weilanden, kweekerijen, teellanden en dergelijke landerijen, nocb ook ten aanzien van dienstwoningen, welke door een publiekrechtelijk lichaam of krachtens een door Onzen Minister van Waterstaat goedgekeurd arbeidsreglement ter beschikking worden gesteld.

Lid 1. „De ruimere omschrijving (van wat onder „huur en verhuur" verstaan wordt) is hoog noodig met het oog op de vindingrijkheid vaii degenen, die zich erop zouden toeleggen, aan de werking van minder aangename wetsbepalingen te ontkomen. De ondergeteekenden zijn intusschen van oordeel, dat eene ar beidsovereenkomst, waarbij het loon geheel oi gedeeltelijk in het gebruik van eene woning >s vastgesteld, niet onder de definitie valt, vermits daarbij het doel toch is en blijft het verkrijgen en het verrichten van arbeid tegen loon, en niet dat, in het artikel omschreven.

Is het gebruik der woning een deel van een 'ambtelijk salaris, dan is de gansche verhouding publiekrechtelijk van aard, zoodat het artikel daarop van zelf reeds niettoepasseHjk zal zijn." (M. v. A.)

Toch is nog bij nota van wijziging uitdrukkelijk aan het slot van lid 3 van dit art. een uitzondering voor bepaalde dienstwoningen opgenomen. Die toevoeging strekte, volgens de toelichting, „om zekerheid te geven in gevallen, waarin het twijfelachtig is of de dienstbetrekking zelve van publiekrechtelijken aard is, terwijl het belang van den dienst eischt dat, in geval van ontslag, de opvolger onmiddellijk de dienstwoning kan betrekken. Op dezen laatsten grond steunt ook de uitzondering ten aanzien van woningen, door spoorwegmaatschappijen verhuurd aan hare beambten."

— De definitie omvat ook het geval van onderhuur. Verg. het zevende lid van art. 1.

— Lid 2. „Het tweede lid beoogt eene quaqstie af te snijden, die zich bij de toepassing der zusterwet heeft voorgedaan. De Huurcommissiewet spreekt alleen van eene woning; hoe staat het nu, zoo wordt vaak gevraagd, 'ndien met de woning tegelgk verhuurd wordt een winkel, een stal, een koetshuis, tuingrond