is toegevoegd aan uw favorieten.

Tekstuitgave van enkele crisiswetten (met bijlagen)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

md

richt door den plaatsvervangenden secretaris of, bij afwezigheid of ontstentenis van dezen, door het lid der commissie van beroep, dat de voorzitter daartoe zal aanwijzen.

8. (1) Waar in dit besluit sprake is van den voorzitter der commissie van oeroep, wordt daaronder mede verstaan de plaatsvervangende voorzitter, die bij afwezigheid of ontstentenis des voorzitters diens werkzaamheden verricht.

(2) Onder den secretaris wordt mede verr staan de plaatsvervangende secretaris, wanneer deze op verzoek des voorzitters werkzaamheden van den secretaris verricht..

(3) Waar in dit besluit sprake is van leden worden daaronder mede verstaan de plaatsvervangende leden.

9. De commissie van beroep kan geene zaak behandelen, indien niet vijf leden aanwezig zijn.

10. De leden en de secretaris der commissie van beroep zijn verplicht het geheim der beraadslagingen te bewaren. Zij zijn voorts verplicht tot geheimhouding omtrent al hetgeen hun in hunne hoedanigheid is bekend geworden, en onverminderd het bepaalde bij de artikelen 24 en 42.

11. De secretaris geeft aan een ieder, die hem een voor de commissie bestemd stuk doet toekomen, desverlangd een gedagteekend ontvangbewijs af.

12. (1) Indien een stuk, bij eene commissie van beroep ingekomen, betrekking heeft op een beroep, waaromtrent eene andere commissie heeft te oordeelen, doet de secretaris dit stuk onverwijld aan de bevoegde commissie toekomen.

(2) Heeft het stuk ook betrekking op een beroep, waaromtrent de commissie te oordeelen heeft, bij welke het stuk ingekomen is, dan zendt de secretaris, in plaats van het stuk, een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan.

13. De secretaris doet alle ingekomen stukken, betrekking hebbende op beroepen, waaromtrent de commissie heeft te oordeelen, onverwijld aan den voorzitter ter kennisneming toekomen.

14. (1) De voorzitter bepaalt^dag, plaats en uur van de behandeling der zaak. De secretaris geeft daarvan onverwijld kennis aan de leden en aan hem, die ingevolge artikel 38 een beroep heeft ingesteld.

(2) Schriftelijke bescheiden, tot de zaak betrekkelijk, worden vóór de behandeling bij den secretaris nedergelegd ter kennisneming van de leden.

15. De leden onthouden zich van deelneming aan de behandeling van eenige zaak, welke hun, hunnen echtgenooten of bloed- of aanverwanten tot en met den derden graad, persoonlijk aangaat, of waarin zij of een der genoemde personen als gemachtigden zijn betrokken. Deze onthouding wordt ten aanzien van de bepaalde zaak als afwezigheid aangemerkt.