is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 26sten Juli 1918, S. 493, tot instelling van een handelsregister ; Wet van den 5den Juli 1921, S. 842, houdende bepalingen omtrent den handelsnaam ; Wet van den 26sten Maart 1920, S. 152, regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid der Kamers van Koophandel en Fabrieken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 6 — 116 —

of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, beroep in cassatie worden ingesteld. Het daartoe strekkend verzoekschrift wordt aan de wederpartij beteekend.

6. De kantonrechter kan de voorloopige tenuitvoerlegging zijner beschikking bevelen.

Blijkens het V. V. oordeelde men het aan ernstige bedenking onderhevig, om — gelijk het oorspronkelijke ontwerp deed — den rechter de taak op te dragen, te bepalen, hoe voortaan de handelsnaam zal moeten luiden, waarbij men er ook op wees, dat het niet ondenkbaar is, dat de rechter een handelsnaam vaststelt, die, achteraf, blijkt evenmin als de afgekeurde met de bepalingen der wet in overeenstemming te zijn. In zulk een geval zal echter het voeren van dien — onrechtmatigen — handelsnaam geacht moeten worden door het rechterlijk bevel te zijn gesanctionneerd. Doelmatiger kwam het den hier aan het woord zijnden leden voor, dengene, die een handelsnaam onrechtmatig gebruikt, enkel dat gebruik te verbieden, het aan hem overlatende, den naam nu zoodanig te wijzigen, dat de bepalingen dezer wet zich niet langer tegen het bezigen van den naam verzetten. Overtreding van het verbod, den naam in den ouden vorm te gebruiken, moet, zooals het artikel ook bepaalt, tot verplichting tot schadevergoeding leiden.

— Voorzeker is het, aldus de M. v. A., niet ondenkbaar dat, bleef het artikel op dit punt ongewijzigd, de rechter een handelsnaam zou vaststellen, die achteraf zou blijken op anderen grond in strijd met de wet te zijn. Maar aan den anderen kant mag de rechter zich niet bepalen tot het verbod van het voeren van dien eenen handelsnaam, wil men niet de mogelijkheid openstellen, dat de verzoeker keer op keer zich tot den rechter moet wenden, op grond dat telkens nog een onrechtmatige naam gevoerd wordt, b.v. een die nog steeds te weinig verschilt van den eerstgevoerden handelsnaam. Om beide moeilijkheden te voorkomen wordt thans voorgesteld, dat de rechter alleen zal bepalen wat rechtmatig is ten opzichte van den