is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijnwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90 HOOFDSTUK VI. — Art. 29.

4. De wet van 2 Maart 1916, S. no. 95, V. v. V. no. 640 bevat de volgende verbodsbepalingen betreffende het bereiden van alcoholische vloeistoffen:

Art. 1. Het is verboden:

1°. buiten de volgens de accijnswetgeving aangegeven branderijen, bierbrouwerijen en fabrieken van belasten of onbelasten wijn, eenige zelfstandigheid ter verkrijging eener alcoholische vloeistof in gisting te brengen of eenige zelfstandigheid aanwezig te hebben, die kennelijk ter verkrijging eener alcoholische vloeistof in gisting is gebracht;

2°. in een volgens de accijnswetgeving aangegeven fabriek van belasten of onbelasten wijn eenige zelfstandigheid in gisting te brengen of gistende aanwezig te hebben waarvan de voor vergisting vatbare bestanddeelen niet uitsluitend afkomstig zijn van de vruchten, die volgens de aangifte worden verwerkt.

Art. 2. Overtreding van art. 1 dezer wet wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of geldboete van ten minste f 50 en ten hoogste / 1000, alsmede met verbeurdverklaring van de gistende zelfstandigheden en van de voorwerpen, waarin zij worden bevonden.

Art. 5. Onze Minister van Financiën kan onder de noodige voorwaarden ter voorkoming van misbruik, ontheffing verleenen van de verbodsbepalingen, vervat in art. 1.

Zie de artt. 3 en 4 dier wet, opgenomen in bijl. Z der Gedistilleerdwet, 3e druk.

5. Van het bepaalde sub 2 van art. 1 (van de in aant. 4 bedoelde wet) wordt ontheffing verleend ten behoeve van de bereiding van vruchtenwijn waaraan saccharose, invertsuiker of glucose wordt toegevoegd, met bepaling, dat de Minister zich voorbehoudt deze beschikking buiten werking te stellen of te beperken ; hetzij in het algemeen, hetzij ten aanzien van fabrikanten of personen, welke zich naar zijn oordeel schuldig maken aan eenige poging om daarvan misbruik te maken. Res. V. v. V. no. 641.

In de res. V. v. V. no. 641 is het woord „vruchtenwijn" gebruikt in tegenstelling tot „druivenwijn", zoodat de daarbij gegeven ontheffing voor druiven wijnfabrieken niet geldt. Res. van 28 Sept. 1917, no. 56.

Bij res. van 27 Sept. 1918 no. 128 is medegedeeld, dat niet het voornemen bestaat, de ontheffing aan fabrikanten van onbelastbaren wijn, verleend bij res. V. v. V. no. 641, tot fabrikanten van belasten wijn uit te breiden.

Er behoort scherp op te worden toegezien, dat in de fabrieken van laatstbedoelden geen saccharose, invertsuiker, glucose of andere suiker aan de grondstoffen of producten, welke in gisting worden gebracht, wordt toegevoegd en nu en dan door monsterneming van gistende stoffen en onderzoek aan het Laboratorium van het Departement van Financiën te doen uitmaken of overtreding der wet V. v. V. no. 640 is gepleegd. Opvolging der res. V. 1903, no. 57 zal in zoodanig geval aanbeveling verdienen.

Naar aanleiding van ingestelde bekeuringen is bet vorenbedoelde verbod bij res. van 2 Nov. 1918, no. 65 opnieuw in herinnering gebracht, waarbij het volgende nog wordt opgemerkt. De. overtreding der wet V. v. V. no. 640 is bet gevolg van de omstandigheid, dat het natuurlijk zoetgehalte der druiven hier te lande 'ontoereikend is om daaruit wijn te bereiden die genoegzaam alcoholhoudend is. Ten einde zoo mogelijk te voorkomen, dat meerdere fabrikanten van wijn uit druiven zich met deze verboden handeling inlaten, behoort onder hun aandacht te worden