is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijnwet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE B.

Wet van 22 Juli 1899, S. no. 170, V. v. V. no. 434JV,

aangevuld bij de wetten van 12 Juni 1909, S. no. 148, V. no. 114, en 29 Mei 1916, S. no. 220, V. v. V. no. 683.

Nadere bepalingen omtrent den accijns op den wijn (1—2).

1. Deze wet kan worden aangehaald onder den titel van ,,Vruchtenwijnwet". Art. 9.

2. De voorschriften tot uitvoering der wet ziin gegeven bii res. V. 1899, no. 71.

Art. 1. Art. 2 der wet van 20 Juli 1870 (Staatsblad no. 127) (1) wordt gelezen als volgt (2—3):

„Onder wijn worden begrepen alle gegiste dranken, die geheel of gedeeltelijk bereid zijn uit het sap of de aftreksels van druiven, rozijnen, krenten en alle andere versche of gedroogde boomvruchten.

Onder boomvruchten worden ook verstaan aalbessen, kruisbessen, boschbessen en frambozen.

Ook worden als wijn belast vloeibare moeren en droeven, alsmede ongegiste sappen of aftreksels van de hierboven genoemde vruchten, geschikt om wijn te vervaardigen, te versnijden of aan te lengen.

Van den accijns zijn vrijgesteld gegiste of ongegiste dranken, die hier te lande worden vervaardigd uit versche boomvruchten met uitzondering van druiven (4—5)."

1. Zie V. v. V. no. 434 I.

2. Bij art. 1, lett. b, der wet van 13 Juh 1914, S. no. 317, V. v. V. no. 434IX, is na het derde lid van dit artikel een nieuw vierde lid tusschengevoegd.

3. Verg. voorts de aantt. op art. 2 der wet van 1870.

4. De werkwijze in een fabriek van onbelasten inlandschen wijn is omschreven op blz. 13 der Technologie.

6. De fabrikanten van hier vrijgestelde dranken moeten aangifte doen van hun panden; verg. art. 4 hierna. In 1921 waren er hier te lande 128 fabrieken van onbelaste dranken.

Art. 2. Het is verboden in bergplaatsen, dienende tot opslag van wijn onder verlengbaar krediet, in te slaan of voorhanden te hebben