is toegevoegd aan uw favorieten.

Praeadviezen over moderniseering van het huwelijksvermogensrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

10°. W. 8069, 8070, 8071.

Telkenmale dan, wanneer in de historie of wetenschap werd ter sprake gebracht het al dan niet wenschelijke van een van rechtswege intredende algeheele gemeenschap, bij gebreke van uitdrukkelijk door de aanstaande echtgenooten uitgesproken preferentie voor een andere regeling, zijn het steeds weer de navolgende gronden, waarop nu eens met meer, dan weer met minder kracht de algeheele gemeenschap door hare aanhangers boven ieder ander stelsel werd aangeprezen.

1°. Zij zou het meest zijn in overeenstemming met de zeden en den landaard van verreweg het grootste gedeelte onzer landgenooten.

2°. Zij zou meer dan iedere andere oplossing steunen op de billijkheid, op den aard van het huwelijk.

3°. Haar groote eenvoudigheid, een absoluut ontbreken van alle moeilijkheden en zwarigheden, welke iedere andere regeling met zich brengt.

4°. Zij zou het meest nabijkomen den vermoedelijken wil der echtgenooten, waarnaar toch de wetgever heeft te zoeken, die zich voorstelt een regeling te geven, welke hij den echtgenooten als het ware aanbeveelt door haar te doen intreden, bijaldien zij zelve uit onwetendheid, gebrek aan interesse, of om welke reden ook, in gebreke blijven een eigen verlangen op dit punt uitdrukkelijk uit te spreken.

5°. Gaat men eenmaal beperken, dan zal ook de wijze van beperking moeten worden aangegeven met de daaruit noodzakelijk voortvloeiende uitvoerigheid van wat wel, wat niet zal vallen in de gemeenschap.

6°. Iedere andere regeling zal noodwendig, de eene