is toegevoegd aan uw favorieten.

De psychologie der kleutertaal

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds vóór het kind 'n half jaar oud is, geeft het bewijzen, dat voorbije indrukken weer tot voorstellingen kunnen opleven. Dit geschiedt dan ten gevolge van vroeger tot stand gekomen associaties. Nemen we 'n dikwijls herhaald waarnemingsproces, dat uit drie elementen bestaat: a, b en c, dan zal, zoodra a en b weer opnieuw worden waargenomen, onmiddellijk ook c in het bewustzijn verschijnen; dat dit zoo is, toont de kleine duidelijk in afweer- en heenstrevingsgebaren, die gericht zijn op het verwachte element, al eer dit met de uitwendige zinnen te bereiken is. Dat is de associatieve verwachting of anticipatie. Het feit, dat in dezen tijd de kleuter 'n heel andere houding gaat aannemen tegenover bekenden dan tegenover vreemden, is 'n nieuw bewijs, dat er minstens reeds elementaire centrale kenbeelden aanwezig moeten zijn.

Vast staat, dat de voorstellingen het reeds tot 'n betrekkelijke helderheid en beweeglijkheid hebben gebracht, als het kind nog z'n eersten verjaardag moet vieren.

'n Gewichtige vraag is nu, of de kleuter daarmee reeds gekomen is tot wat in de psychologie „denken" heet. Jongere zielkundigen geven op deze vraag 'n beslist ontkennend antwoord. Denken is niet, zooals in de 19e eeuw tamelijk algemeen verkondigd werd, 'n gekompliceerde voorstellingsbeweging. Wat in ons bewustzijn wordt afgespeeld, wanneer wjj denken, heeft z'n eigen psychische kwaliteiten, z'n eigen wetten, waardoor het iets principieel anders is dan louter beleven, bewaren en verbinden van voorstellingen. De lange r|jen zinnen-beelden, die als eindelooze steeds wisselende films voorbq het venster van het bewustzijn schuiven, niet slechts overdag, maar soms zelfs des nachts, zijn geen van alle „gedachten", en hoe ze ook verbonden, gescheiden, gewijzigd, gefilterd worden, steeds blijft hun alle denk-karakter vreemd.

De „gedachte" is 'n geheel nieuw en buitenzinnelijk element, dat aan den voorstellings-inhoud wordt toegevoegd. Dat nieuwe is 't wat Husserl het eerst „die mtentionale Beziehung" heeft genoemd en wat we in het Hollandsch kunnen weergeven door' „bedoeling." 'n Denkbeeld is dus 'n voorstelling 4- 'n bedoeling, 'n Voorbeeld

106