Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

zijn, die in de wet van 1821 niet worden vermeld, zal men terstond hebben bemerkt (1). stelsel Treub. Aan oud-minister Treüb komt de eer toe laatstelijk een ernstige poging te hebben gedaan om een nieuw ^belastingstelsel, meer aansluitend aan de eischen en begrippen van den tegenwoordigen tijd, in te voeren.

Bij Koninklijke Boodschap van 23 October 1915 werd

<1) Heft is wellicht niet onaardig ter vergelijking met het primitieve stelsel van de wet van 1821 een blik te slaan in het belastingrecht zooals dit voor de Romeinen gold. We moeten daarbij een onderscheid maken tusschen hét belastingrecht tijdens de Republiek en dat gedurende het Keizerrijk. Hoewel het voor een goed begrip van de ontwikkeling Tan het belastingreoht zeer nuttig, ja onmisbaar, is om deze twee stelsels met elkander te vergelijken, gelooven wij toch dat ons dit te ver buiten de sfeer van ons onderwerp zou voeren en zullen wij volstaan met kortelings te vermelden welke 'belastingen gedurende heft latere Keizerrijk geheven werden.

De voornaamste belasting was de grondbelasting {jugatio of capitatio terrena). Naast deze grondbelasting ontstond een soort personeele belasting op huizen, slaven en vee (capitatio animalium). Van de handeldrijvenden en neringdoenden -werd in het geheele rijk een patentbelasting geheven (lustralis collatio, chrysargyrum). Daarnaast werden nog wat men zou kunnen noemen hand- en spandiensten vereischt (b.v. paraveridi en munera sordida, stallen van postpaarden, corveeën), terwijl voor sommige groepen van personen, zooals de senatoren, nog afzonderlijke belastingen geheven werden, als het aurum ablaticium en de votorum oblatio. Tenslotte werd nog een soort hoofdelijke omslag geheven van hen die niet in de grondbelasting vielen.

Dat de grondbelasting de hoofdschotel vormde in het Romeinsche belastingrecht vindt zijn oorzaak in het feit, dat de opbrengst van den grond de belangrijkste bron van inkomen voor de Romeinen was.

De inning der belastingen, die vroeger geschiedde door verpachting, werd in den lateren keizertijd meer en meer door eigen ambtenaren verricht.

Sluiten