is toegevoegd aan uw favorieten.

Noorwegens letterkunde in de negentiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit blad was een navolging van het Deensche blad Corsaren, dat door Goldschmidt werd uitgegeven. De jonge mannen heten zich daarin op harcelleerenden toon uit over de maatschappij en alles, wat daarin omging. Hun satyre heten zij los en zij oefenden zich, voorzoover oefening nog noodig was, in een vrij gebruik van den mond. De uitgevers ontmoetten elkander alleen in dit negatieve doel, om kritiek te oefenen. Bij gebrek aan positieven inhoud legde Andhrimnir het na negen maanden af. Ibsen ging toen als theaterregisseur naar Bergen, en een geestelijke toenadering heeft later niet meer plaats gehad. En wederzijdsche waardeering was er ook niet. In Peer Gynt ontmoeten wij Vinje als Huhu, die naar Marokko gaat, om de zoo oorspronkelijke taal der orangoetangs te spreken. Toen Brand verscheen, heeft Vinje dit dichtwerk bij herhaling besproken.Hij begint, met het te prijzen, maar op een zeer wonderlijke wijze; hij vat het namelijk als een welgelukte farce op. Het idealisme van Brand kan hij slechts als scherts verstaan. „Hij is te razend krankzinnig, om ernstig te wezen," zegt Vinje. Een paar maanden later (in den herfst van 1866) is ook deze lof te veel; Vinje fulmineert nu tegen Ibsen, omdat hij onvriendelijke dingen over Noorwegen gezegd heeft.

Wanneer Vinje door hartstocht werd gedreven, kon hij veel zeggen, dat hij moeilijk kon verantwoorden. Zijn vijanden hebben niet nage-

1U7 -