Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Genoeg echter; ik moet nog een en ander inpakken, morgen vroeg gaat het er oplos. Van harte met stevigen handdruk

je vriend Henk.

3 Maart.

Een dagboek is eigenlijk een zonderling iets; het verhaalt wat er des daags gebeurt en men schrijft het meestal 's avonds. Voor ditmaal echter wijk ik van dien regel af en ga ik overdag mijn dagboek beginnen. Het is nu negen uur in den morgen en op een mat gezeten, mijn rug tegen een stijl van den djamboer, met een kistje tusschen mijn beenen als schrijftafel, ga ik schrijven en trachten je een verslag te geven hoe ik hier gekomen ben. Hoever ik vandaag komen zal, weet ik nog niet. Beginnen zal ik in elk geval. „Zelftucht" zooals de Duitscher zegt, is alleerst noodig voor iemand die iets bereiken wil.

Eergisteren dan ging ik van M. met den eersten trein naar R., men is dan in een uur al een heel eind in de richting van de bergen. Blauw lagen ze daar, heel in de verte, scherp geteekend in de ijle morgenlucht. Te R. namen we twee karretjes, je weet wel van die kisten op twee wielen, en voort ging het in de richting van de blauwe bergen. Amat,"mijn boy, gaat mede, hij wilde mij niet verlaten; men beweerde wel dat de Bataks menschen aten, maar dat waren deze Bataks niet. De menschen-etende Bataks, woonden verder, ver over die blauwe bergen, «eide hij. Toen ik zag, dat ik het niet uit zijn hoofd kon praten, zeide ik, dat hij maar mede moest gaan. Het is wel gemakkelijk iemand in het eerst bij zich te hebben.

Zoo tegen negenen zullen wij de onderneming T. gepasseerd zijn; de weg was tot hier toe goed geweest, maar nu werd het al minder en minder. Diepe wagen-

Sluiten