is toegevoegd aan uw favorieten.

Een jaar onder de Karo-Bataks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U4

dan vergelijkingen ga maken met deze menschen. Vandaar een dikke punt, anders komt er nog meer.

21 September. Wij hebben feest gevierd, een groot feest en een vroolijk feest. De Bataks kunnen toch ook feest vieren zonder allerlei geheimzinnigheden. Het was nl. de tijd om door een offer de ziel van de rijst te versterken, opdat zij veel vrucht geven zou.

Nooit heb ik zooveel Bataks bij elkaar gezien als op dit feest. Van alle dorpen uit den omtrek waren bekende gezichten aanwezig, waaruit mij bleek dat ik toch al „hunner een" ben geworden. Dat bemerkte ik ook uit de amicale begroeting van enkelen. Zoo vies soms de de Batak is die op Medan in de winkeltjes rondscharrelt, zoo keurig zien ze er uit op een eigen feestdag. De beste plunje wordt te voorschijn gehaald en alles wat als sieraad dient wordt omgehangen.

Den avond van te voren was de- stemming er al. Buiten het dorp zag men op vele plaatsen vuurtjes branden, men was de kleefrijst, met klapper bereid, aan het stoven. Daartoe slaat men twee stokken als gaffels is den grond, legt daar een dikke stok over in de gaffels en plaatst daartegen vrij dikke bamboes, waarin men de bereide kleefrijst gedaan heeft. Nu gaat men daaronder een zacht vuurtje stoken en langzaam stoomt de rijst in de bamboe gaar. Natuurlijk mag het geen heet vuur zijn anders brandt de bamboe en de rijst. Zeker is dit een oude manier van rijst bereiden en men vind dit ook zeer lekker.

De vreugde was op aller gelaat te lezen en met genoegen bewoog ik mij tusschen die menschen bij hun vuurtjes. Overal werden grapjes gemaakt en over en weer rolden de kwinkslagen. Zelfs Pa Serboet met zijn stijve been en Pa Mandang met zijn wilde haarbos lieten hun bamboes vroolijk sissen. Niet alleen buiten,