Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

mystiek eenige onderscheidingen worden toegepast, opdat men eenerzijds ter wille van zekere waardelooze of schadelijke richtingen en concepties de mystiek als zoodanig niet uitbanne — noch anderzijds in naam der mystiek vrijen toegang verleene aan de meest wilde en vooze stemmingen en denkbeelden. Want er wordt niet alleen binnen de muren gezondigd. Ook, en veel meer nog, er buiten. Het woord mystiek moet voor alles dienen. Alles wat ongewoon of zonderling is, min of meer schemerig of geheimzinnig, exotisch of antiek, elke deining van gevoel en trilling van stemming heet mystiek. Ik herhaal in dit verband den naam van maeterlinck. Couperus, de woorden-rijke, is in dit opzicht merkwaardig arm van taal. Hij gebruikt, dit trof mij bizonder in zijn jongste werk, het woord mystiek tot vermoeiens toe, bijna als een stopwoord. Zelfs met de automobiel wordt het verbonden. „Er is iets mystieks voor mij in een automobiel, iets om voor neer te knielen en te aanbidden" 1). Als men dergelijke toepassingen van het woord mystiek — dat immers verborgen Godskennis moet beteekenen — ontmoet, wordt de vrees voor de mystiek, die vele geloovigen vervult, eenigszins begrijpelijk.

Toch mag het misbruik het gebruik niet opheffen. Naar dezen regel handelde reeds voor bijna drie eeuwen de groote gereformeerde theoloog Gisbertus voetius. Ik heb, op gezag van RlTSCHL, lang gemeend, dat voetius een heftig tegenstander was van de mystiek en dat deze goeddeels door zijne bemoeiing van het gereformeerde erf is verdreven. Maar sedert is mij gebleken, dat de geleerde schrijver der Ëxercitia pietatis (oefeningen der vroomheid) inderdaad eene geheel andere houding aannam. Bij zijne indeeling der theologie noemt hij als tweede gedeelte der praktische theologie: ,,de oefeningen der vroomheid of de praktijk der devotie". Men zou dit gevoeglijk ook mystieke theologie kunnen noemen. Wel is waar kiest voettus het woord niet als van RoomschCatholieken huize, en kan het, volgens hem, ook een soort of deel of graad van geestelijke oefeningen aanduiden, waartegen hij bezwaar moet maken — maar hij geeft toch een breed overzicht van de mystieke theologie, haalt met groote

') Louis Couperus, Uit blanke steden onder blauwe lucht II, bl. 173.

Sluiten