Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

kleiner aandeel in de winst en liquidatie. Ten einde nu den aandeelhouder ia staat te stellen, hetzelfde belang in de winst en het liquidatie-saldo te 'behouden als vóór de uitgifte van nieuwe aandeelen, geeft men hem de gelegenheid* ivoor derden in het nieuwe kapitaal deel te nemen, en wel tot een deel, dat zich; Verhoudt tot zijn aarideelenbezit, als het nieuwe nominale kapitaal tot het oude. Stel, eene vennootschap, wier kapitaal ƒ 10 millioen gulden bedraagt, geeft uit ƒ 2 millioen nominaal nieuwe aandeelen. Vijf oude aandeelen geven dan recht op één nieuw. En voor de toekenning van dit voorkeursrecht is te meer reden, indien zoöals gewoonlijk, de koers van uitgifte der nieuwe aandeelen lager dan de beurskoers der oude aandeelen wordt gesteld.

Behalve door uitgifte van nieüwe aandeelen met beroep op de geldmarkt kan de naamlooze vennootschap op andere wijze haar kapitaal vergrooten. Zij kan de reserve in maatschappelijk kapitaal omzetten en aan ieder harer aandeelhouders, naar gelang van zijn bezit, aandeelen in het nieuwe kapitaal1 uitreiken. Deze aandeelen noemt men bonus-aandeelen. Diensvolgens wordt het vermogen der vennootschap niet gewijzigd, doch ondergaat een gedeelte daarvan een naamsverandering. Wat tot heden reserve heette, wordt voortaan kapitaal genoemd. Overigens blijft alles bij het oude. Het is mitsdien niet juist, de uitreiking van bonus-aandeelen kapitaaluitkeering te noemen (6). Men kan aan het woord kapitaal twee beteekenissen toekennen: maatschappelijk kapitaal en eigen opereerend kapitaal, d. i. het maatschappelijk kapitaal en de reserven, het vermogen. Doch van geen deel van het vermogen

(6) De Kat, a. w., blz. 446.

Sluiten