is toegevoegd aan uw favorieten.

Het astraal gebied

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ita spreekt nu, zij zegt: "Die poort doet ons leed, en ik zeide tot Guila, laat ons daar eenmaal binnentreden en tot hen spreken. Guila was wijfelend, maar beeft toch toegestemd. Toen de tijd daar was zeide ik tot haar 'Kom Guila, laat ons heden gaan, en neem kleine Inessa mede'".

En zoo zweefden wij over het rozenroode strand, en wij stonden bij de etherzee, en verheugden ons over haar schoonheid.

En zie, wij stonden niet alleen. Twee waren gekomen om ons te geleiden en te beschermen.

Zij waren gekomen van zeer verre, en wilden dat wij vele bloemen, als symbolen van later geluk, zouden medenemen. Wij moesten die dan uitdeelen aan de afgescheidenen. Wij hadden geen bloemen bij ons, en baden dus ernstig om die gave, en ziet, onze armen werden gevuld met wazige, witte en karmozijnkleurige rozen en Inessa had tuiltjes blauwe bloempjes van een schitterende azuurblauwe kleur.

Wij traden de geopende poort binnen en gingen verder door de eentonige straten. Er was geèn boom, plant, noch bloem ergens te ontdekken !

Wij schonken onze bloemen aan de enkelen, die wij tegenkwamen, en spraken tot hen in liefde, en zij verbaasden zich grootelijks.

Van uit de verte alles aanschouwende, hadden wij den indruk gekregen, dat de nederzetting niet van schoonheid ontbloot was, maar helaas, welk eene vergissing was dat! De huizen, zeer

80