is toegevoegd aan uw favorieten.

Welke moeten de hoofdlijnen zijn van een wettelijke regeling der collectieve arbeidsovereenkomst?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vraag blijft dan over: welke de staatsbemoeiing zal moeten zijn ten aanzien van de wetten op de arbeidsvoorwaarden, die in die pubHek-rechtehjke-üchamen-praeter-legem tot stand zijn gekomen ?

Hier betreden wij het gebied van den wetgever.

De verhouding van den Staat tot pubkek-rechtelijke lichamen is niet anders dan door de wet te regelen.

De bedrijvenwet der naaste toekomst, die ik op het oog heb, stel ik mij, in verband met de werkehjke ontwikkeling, naar welker beschrijving, hierboven gegeven, ik thans verwijs, in groote trekken aldus voor :

Zij moet gehjk reeds werd aangeduid, slechts die bedrijven omspannen, die het hoogtepunt van natuurlijke ontwikkeling, tot pubhek-rechtehjk-hchaam-buiten-de-wet, hebben bereikt. Bij Korimkhjk Besluit wordt bepaald, dat op eenig bedrijf de bepalingen van de Bedrijvenwet van toepassing zijn, wanneer dat bedrijf pubhek-rechtehjk-hchaam-buiten-de-wet is geworden. Tot dien tijd blijft het bedrijf geheel aan eigen krachten en aan de hierboven geschetste staatsbemoeiing, door de genoemde Afdeeling van het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel, overgelaten. Het is duidelijk, dat de voorbereiding der bedoelde Koninklijk Besluiten bij de Afdeeling voor de collectieve arbeidsovereenkomst zal berusten.

Bij het vervolg van deze schets van de Bedrijvenwet moet ik mij dan verder uitsluitend bepalen tot de regeling omtrent de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsrechtspraak, omdat dit praeadvies zich niet mag uitstrekken tot een verhandeling over „de wettelijke regeling der bedrijfsorganisatie," zooals ik die in mijn „Vraagstukken der Economische Bedrijfsorganisatie" heb gegeven. (Hoofdstuk III, rv.) Maar iedereen voelt, dat zooals de zaak van de staatsbemoeiing met de collectieve arbeidsovereenkomst door mij in dit praeadvies is beschouwd, die staatsbemoeiing, buiten de wet en in de wet, in ieder geval grondslag moet zijn voor een veel ruimere regeling, die de geheele bedrijfsorganisatie omvat.

In de door mij gedachte Bedrijvenwet wordt omtrent het tot

116