is toegevoegd aan uw favorieten.

Onteigeningswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 117 —

Art. 94

bedoeld in artikel 40, wordt aangemerkt, behoudens het bepaalde in de volgende artikelen, de som, die de zaken in het tijdperk, beginnende achttien maanden en eindigende zes maanden vóór den dag, waarop de bescheiden, bedoeld in artikel 80, ter inzage zijn nedergelegd, elk in het bijzonder hadden kunnen opbrengen, bijaldien al het onteigende, op welke (lees: waarop) het besluit tot onteigening betrekking had, in het bovengenoemde tijdperk ten verkoop was aangeboden.

Dit artikel' is aldus gewijzigd bij de wet van 5 Juli 1920, S. 329.

Art. 93. Indien het te onteigenen gebouw onbewoonbaar is verklaard, wordt vergoed de waarde van den grond en van de bouwmaterialen, ingeval het gebouw voor geen enkel doeleinde kan worden gebruikt. Ingeval het gebouw tot eenig ander doeleinde dan bewoning zoude kunnen worden gebruikt, wordt vergoed de waarde van den grond en van de bouwmaterialen, vermeerderd met zoodanig bedrag, als billijk kan worden geacht in verband met de meerdere voordeden, welke de eigenaar uit bedoeld gebruik zou kunnen trekken. Voor de bepaling van de waarde van den grond is artikel 92 van toepassing.

Indien slechts een gedeelte van het te onteigenen gebouw onbewoonbaar is verklaard, wordt bij de bepabng der waarde van het geheel daarmede rekening gehouden. Daarbij wordt gelet op de geschiktheid of ongeschiktheid van het onbewoonbaar verklaarde deel voor andere doeleinden dan bewoning.

Art. 94. Indien eene aanschrijving tot