is toegevoegd aan uw favorieten.

Reglement op de strafvordering voor de raden van justitie op Java en het hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

82

VI. Titel- V.h. hooger ber. v. vorm. enz.

Deze memorie, welke door gemelde Ned. partij of haren praktizijn moet ondertee- Sv. kend zijn, zal bij de stukken worden gevoegd, en zal daarvan inzage kunnen worden genomen door de tegenpartij of haren praktizijn, die geregtigd is om op dezelfde wijze eene contramemorie in te dienen, zonder dat evenwel de afdoening der zaak daardoor mag vertraagd worden. (Sv. 180, 189, 197 , 424: I R. 348 ; S- W. 480 2"; Cel. 463 2°; O. S- 406 2°.)

192. Vóór den afloop van den bij het 240. voorgaande artikel bepaalden termijn, zal

de president eenen rapporteur benoemen.

193. (St. 1876-237, 1914-641.) De pro- 237. cureur-generaal zal de dagvaarding van

de wederpartij om op de teregtzitting van het hoog-geregtshof te verschijnen, ten einde aldaar bij de behandeling van het hooger beroep in persoon of, indien het eene overtredingszaak geldt, des verkiezende bij gemagtigde tegenwoordig te zijn, aan die partij doen beteekenen, en zullen de bepalingen van artikel 178 en 179 worden in acht genomen, met uitzondering van het aldaar voorgeschreven e omtrent de opgave van het feit.

Indien zich eene beleedigde partij in het geding heeft gevoegd, zal de procureur-generaal aan'haar, te harer gekozene woonstede, den dag doen beteekenen,welke tot de teregtzitting is bepaald. (Sv. 118, 163, 177, 180; S. W. 478).

194. (St. 1914-641 ; St. 1919-689.) De 238, bepalingen van de eerste afdpeling van 239, den vorigen titel zijn op de behandeling 240. der zaak bij het hof toepasselijk.

De rapporteur doet zijn verslag bij den aanvang der teregtzitting, vóór dat de procureur-generaal het-.woord voert.

De getuigen, welke in eersten aanleg