is toegevoegd aan uw favorieten.

Reglement op de strafvordering voor de raden van justitie op Java en het hooggerechtshof van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

XIV. Titel. Van de wraking enz".

(R. O. 36, 44; Sv. 127, 271 v.; I. R. Ned. 414; L. R. 73, 74.) Sv.

269. Behoudens hetgeen bij artikel 275, 322. ten aanzien van de wraking van den regter-commissaris, raadsheer-commissaris, of rapporteur is bepaald, kan een regter alleen worden gewraakt ter gelegenheid der teregtzitting in strafzaken. (Sv. 270 v.)

270. De wraking moet mondeling of bij 323. schriftelijke conclusie worden voorgedragen, zoodra het onderzoek ter teregtzitting aanvang neemt. Men is daartoe niet meer ontvankelijk in den loop des onderzoeks, ten zij eerst na den aanvang van hetzelve, de redenen van wraking zijn ontstaan, of aan de wrakende partij bekend geworden. (Sv. 130, 271 v.; L. R.

75 al 2.)

271. Indien de wrakende partij vermeent 324. meer dan eene reden van wraking tegen denzelfden regter te hebben, moet zij alle te gelijk voordragen.

272. Indien zij meer dan één lid van 325. het regterlijk collegie wil wraken, kan

zij de tweede of verdere wraking niet voordragen, voor dat over de voorgaande is beslist. (Sv. 270.)

273. Het hoog-geregtshof of de raad van 326. justitie zal, na de conclusie van het openbaar ministerie, of,indien laatstgenoemde

de wrakende partij is, na deszelfs requisitoir, dadelijk over de wraking raadplegen en vervolgens uitspraak doen.

Geen der leden, behalve de gewraakte . regter, mag zich verschoon en van aan de raadpleging en de beslissing over de wraking deel te nemen. (R.0.29, 44; Sv.268.)

274. (Voor Java en Madoera gewijzigd bij Ned. St. 1901 no. 15. Bij St. 1914 no. 37 is het Sv. vervallen, In gevolge het bepaalde bij St.1898