Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

476

In den tijd der houten zeilschepen en zelfs tot omstreeks 1860 werden de schepen gebouwd volgens door ondervinding deugdelijk gebleken modellen, onverschillig voor welke vaart zij waren bestemd en welke lading zij moesten vervoeren. Een en ander gaf aanleiding tot allerlei moeilijkheden en kosten.

Sinds geruimen tijd is dit veranderd en de reeder laat tegenwoordig een schip bouwen van een bepaald type, omdat dit het voordeeligst is in de route of voor het doel, waarvoor het schip zal worden gebruikt. Voor zware ladingen, zooals ijzererts, heeft hij een sterk schip noodig met groote waterverplaatsing en weinig inwendige laadruimte. Daarentegen is voor het vervoer van lichtere ladingen een minder sterk schip voldoende, maar is groote laadruimte gewenscht.

Ook de classificatie-bureaux hebben reeds geruimen tijd hun tabellen zoodanig gewijzigd, dat bij het onderzoek en het toekennen van een klasse-certificaat rekening wordt gehouden met het type van schip. Zoo bevatten Lloyd's tabellen vóór de laatste wijzigingen dan ook voorschriften voor 3 typen van schepen, die slechts in absolute sterkte van elkander verschillen, n.1. voldekschepen, spardekschepen en tentdekschepen. Ook in de voorschriften betreffende de minimum-uitwatering worden deze drie sterkte-typen erkend.

Voldek- Voldekschepen zijn gebouwd volgens de hoogste eischen en dus

schepen. het sterkste. Zij worden beschouwd in staat te zijn alle soorten van lading te kunnen vervoeren naar alle deelen der aarde op een grooteren diepgang dan eenig ander type van schip van gelijke afmetingen.

Spardek. Een spardekschip (spardecked vessel) is een schip met een doorschepen, loopend bovendek van lichtere constructie. Het bovenste dek heet

spardek en het tweede dek van boven af gerekend is het hoofddek.

De zijden van het schip tusschen hoofd- en spardek zijn geheel

gesloten, dus zonder openingen. De waterdichte schotten loopen

alle tot het spardek door.

Tentdek- Een tentdekschip (awningdecked-vessel) heeft een bovenbouw van schepen. nog ijchtere constructie dan een spardekschip. Het doorloopende bovendek heet tentdek, het tweede dek van boven af gerekend is het hoofddek. Ook bij dit type zijn geen openingen in de zijden van het schip. Evenwel — en dit is een groot verschil met het spardekschip — loopt gewoonlijk alléén het aanvaringsschot door tot aan het tentdek, terwijl de andere waterdichte schotten slechts tot aan het hoofddek doorloopen.

Sluiten