Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

477

Oorspronkelijk waren de boventusschendekken van spar- en tentdekschepen niet bedoeld voor ladingvervoer, doch voor passagiersinrichtingen. Daarom werd toegestaan dat het bovendek, de spanten en de huidbeplating tusschen hoofddek en bovendek van lichtere constructie mochten zijn. Niettegenstaande deze lichtere constructie zijn de spar- en tentdekschepen betrekkelijk even sterk, daar de uitwatering grooter moet zijn en dus minder zware lading kan worden meegenomen, waardoor weer minder kracht wordt uitgeoefend op de verschillende verbanddeelen.

Langzamerhand zijn ook .de spar- en tentdekschepen weer gewijzigd en werd de ruimte in spar- en tentdek ook voor lading gebruikt. Tevens werd gebroken met de methode om het bovenste dek uit lichtere materialen te maken en de zware verbanddeelen aan te brengen in het tweede dek van boven afgerekend. Een meer doelmatige constructie eischt, dat de zwaardere langsverbanden juist worden aangebracht in het spar- of tentdek. In de laatste Lloyd's tabellen worden nog slechts twee sterkte-typen onderscheiden: het voldekschip (full scantling vessel) en een schip van lichtere constructie en meer uitwatering, dat men tentdek- of shelterdekschip zou kunnen noemen.

Ook het maken van opbouwsels, die boven het dek uitsteken, gaf Gladdek aanleiding tot het ontstaan van verschillende typen van schepen. schepen De opbouw, wanneer hij althans waterdicht kan worden afgesloten, verhoogt het reserve-drijfvermogen van het schip en moet dus bij de bepaling van de uitwatering in rekening worden gebracht.

Het oorspronkelijke scheepstype had geen waterdichten opbouw,

Fig. 120. Gladdekschip.

maar het bovendek liep zonder onderbreking van voor naar achter door en alleen de luikhoofden en eenige kappen of schijnlichten staken hier boven uit. Dit type schip noemt men een gladdekschip (zie fig. 120). Op gladdekstoomschepen heeft men boven het opperdek nog een commandobrug, de machine- en ketelmantels (koelkast) en soms nog eenige smalle opbouwsels uitsteken, maar geen waterdichten opbouw, die de volle breedte van het schip inneemt. Om verschillende redenen werden echter later vele schepen gebouwd, waar op het bovendek verschillende waterdichte opbouwsels waren

Sluiten