Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

• van 'den mensch" als een redelijk schepsel Gods. De productie beoogt dus mede te werken om volkswelvaart te scheppen, maar wanneer die productie zoo is geregeld, dat zij een geestelijk en zedelijk bederf voor een groot deel des volks is geworden, dan kan zij wel rijkdom voortbrengen, maar geen waarachtige volkswelvaart."

En nog later verklaarde hij:

„Men zegt: gij, die verkorting van den arbeidsduur wilt, moet eerst bewijzen met cijfers, met feiten, met statistieken, dat de industrie niet zal worden geschaad. Daarop antwoord ik: zelfs wanneer ik dat bewijs niet kan leveren, dan nog hebt gij niet gewonnen, omdat gij een nog veel voornamer factor, het levensgeluk, het geestelijk welzijn, het gezinsleven van den arbeider geheel of te veel buiten rekening laat, en waar dit het zwaarst is, moet dit ook bet zwaarste wegen."

„Ik wil hierbij voegen, dat, zelfs zuiver economisch beschouwd, het toch een domme dwaze berekening is, wanneer een volk de lichamelijke en geestelijke krachten van de arbeiders zou vernietigen of verminderen. Ook die lichamelijke en geestelijke krachten zijn een deel van het nationaal vermogen, evengoed als de grond en de machines. Een fabrikant, die om zijn productiekosten te verminderen, zijn machines liet afslijten, zonder voor tijdige reperaties te zorgen, zou door ieder als een dwaas worden beschouwd, die zijn faillissement onvermijdelijk tegemoet zou gaan."

Zoo sprak Aalberse trots, toen hij den wind in de zeilen had, toen alles mee ging, een noemenswaardige tegenstand niet werd ontmoet.

Van deze trots is niets meer overgebleven. Voor groote groepen arbeiders is de wet nog steeds niet ingevoerd; transportarbeiders, kantoorbedienden, café-, koffiehuis- en restaurantpersoneel, al deze groote groepen van arbeiders en arbeidsters kunnen wachten en nog eens wachten. Voorzoover hun vakvereeniging niet de kracht heeft een redelijke werktijd door te zetten, hebben ze vaak onmenschelijk lange werkdagen en Aalberse met zijn mooie theorieën en zijn ethische beginselen laat al deze groepen rustig in den steek.

De landarbeiders, wier werkweek in een aparte wet zou geregeld worden, kunnen eveneens wachten, al heeft Aalberse in de Eerste Kamer gesproken'van een eereschuld, dien hij aan dit meest vertrapte deel van het proletariaat had.

Zoo is van Aalberse's trots niets meer over; als een miserable opschepper js hij geweken voor het geschreeuw der reactionaire heeren en heeft hij de, wet over een breed terrein oningevoerd gelaten.

De geschiedenis van de Arbeidswet is de historie van Aalberse's buigen voor de werkgevers.

Niet alleen heeft hij de . wet niet geheel ingevoerd, doch. op dat terrein van het bedrijfsleven waar, de wet ingevoerd werd, heeft hij

Sluiten