is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe men voor athletiek oefent

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Hoogspringen zonder aanloop.

De voorbereiding voor deze oefening bestaat, evenals bij het hoogspringen met aanloop, uit eene versterking der verschillende lichaamsdeelen, welke eene belangrijke taak te vervullen hebben. Armen, borst en rug mogen dus niet verwaarloosd worden, maar het voornaamste werk moet toch zijn gericht op het versterken van voet* been» en buikspieren. Het beurtelings hoog optrekken der knieën, waarbij het lichaam telkens zooveel mogelijk rust op de voorzijde van de voeten, veel oefenen in diepe kniebuigin* gen, op den rug liggend het bovenlichaam gestrekt op* richten, zijn de aangewezen voorbereidende werkzaamheden.

Teneinde zich boven de middelmatige verrichtingen te kunnen verheffen, moet de athleet van meer dan gewone lengte en niet te zwaar zijn. Veerkracht is natuurlijk een voorname eisch en daarom is eene tijdige voorbereiding gewenscht. Het voornaamste werk kan echter in de gymna* stiekzaal verricht worden en men behoeft daarom niet het mooie weer af te wachten, zooals onze menschen zoo gaarne doen.

Alleen heeft men te zorgen voor eenige flinke matrassen achter de lat, om zich bij het neerkomen niet te kwetsen.

Wij gaan weer niet verder in op het gewone hoog* springen zonder aanloop, waarbij men zich recht voor de lat plaatst, de armen eerst opwaarts en dan achterwaarts zwaait, de laatste beweging gepaard latende gaan met een door* buigen in de knieën, om vervolgens de beenen met kracht te strekken en de armen weer opwaarts te zwaaien, doch bepalen ons tot de methode, die in staat stelt grootere hoogten te springen.

Men plaatst zich te dien einde niet recht vóór de lat, maar zijdelings, kort daar naast, de voeten dicht bij elkaar.

De le beweging is nu het boven het hoofd zwaaien der armen, waarbij men zich op de teenen verheft en tegelijk flink adem haalt; de houding van het lichaam is daarbij iets voorwaarts gebogen. De armen worden daarna achterwaarts gezwaaid, de knieën zooveel gebogen, dat men nog juist het evenwicht weet te bewaren. De beenen worden nu krachtig gestrekt (de teenen geven weer den laatsten afzet) en de

72